Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Préveux schoof onrustig heen en weder over zijn stoel en sloeg de oogen neer.

„Madame, ik vrees..." stotterde hij.

„Zijn de sonnetten niet geschikt voor vrouwenooren?/' vroeg Henriëtte schertsend.

Préveux beet zich op de lippen. Toen, ononhandig als een jongen, stootte hij uit: „ze zijn niet voor u, neen!"

Henriëtte legde haar borduurwerk neer en boog zich over de tafel heen iets naar Préveux toe.

„Monsieur Préveux," sprak zij ernstig. „Ik vrees, dat u in de meening verkeert, dat Monsieur de Mirabeau en ik geheimen voor elkander hebben. Dat is niet het geval. Wij weten alles van elkander. En mochten u soms geruchten bereiken, die een andere veronderstelling in u konden opwekken..."

Préveux schokte op; zijne bogen staarden in spanning Henriëtte aan.

Zij poosde een oogenblik, vervolgde toen rustig : „wilt u dan als ons beider vriend bedenken, dat geruchten ... niet dan geruchten zijn ?"

Sluiten