Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam binnen met zijn gewoon driftig bewegen.

Henriëtte zeide een blijden groet, rees op van de canapé, deed een paar stappen naar hem toe.

„Slaap je niet?" vroeg hij zacht, met iets als ontsteltenis in den toon van zijn stem.

„Neen. Ik wachtte op je komst. Dan heb ik geen behoefte aan slaap."

En vriendelijk-bezorgd: „Je zult moe zijn na zoon zwaren dag. Een ingespannen conferentie en daarna den rit, laat mij je een glas wijn inschenken."

Zij wendde zich naar de dressoir, waar glazen en een flesch wijn gereed stonden, doch hij greep haar arm met driftig gebaar.

„Laat dat!" gebood hij driftig. En zachter, moeielijk: „ik ben niet vermoeid."

Zij zag hem in het gelaat, speurde in zijn trekken een nerveuze bewogenheid en in zijn oogen een vreemden angst.

„Je moet rusten," drong zij aan, vaag, omdat zij niets anders wist te zeggen.

Hij met ruw plotseling gebaar, trok haar dichter naar zich toe en met zijn mond aan haar oor stootte hij uit:

Sluiten