Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henriëtte Amélie boog zich naar hem over tot haar hoofd het zijne raakte.

En innig fluisterde zij: „Heb je mij iets wezenlijks ontnomen?"

Hij hief het hoofd en zijn brandende oogen in de hare, antwoordde hij: „Neen. Dat zweer ik. Wat ik aan die vrouw gaf was... anders. Dat behoorde bij mijn vroeger ik, bij dat waar jij mij van bevrijd hebt."

„Dan heb ik je immers niets te vergeven," zei ze eenvoudig.

„Wat ik van je bezat, heb ik nog. Ik heb niets verloren."

Zij glimlachte met vochte oogen en hij staarde een oogenblik naar haar op in teedere ontroering.

Toen, langzaam schuchter, legde hij zijn armen om haar heen; en beseffend hoe het allerinnigste niet in sierlijke of rethorische woorden te gieten was, kuste hij haar stil op de oogen.

Zij, met moederlijk gebaar, streelde zijn wangen.

Doch toen hij een oogenblik later, dicht naast haar gezeten, opnieuw begon: „Ik zal je alles

Sluiten