Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den morgen ontwaakte de Mirabeau. Zijn oogen zochten Henriëtte Amélie en zijn handen strekten zich naar de hare.

„Liefste," fluisterde hij en zijn stem borg de teedere innigheid van den eersten avond, toen hij haar zijn huis binnenvoerde.

„Ik ben genezen. In mijn slaap heb ik altijd-door geweten, dat je naast mij zat: dat heeft mij rust gegeven en de pijnen verjaagd."

Henriëtte lachte. . „Ik denk dat het lancet van den geneesmeester er grooter aandeel in heeft," schertste zij.

De Mirabeau schudde het hoofd en met krachtiger stem hield hij vol:

„Zonder het bijzijn van mijn vriendin zou de kunst van den arts niets voor mij gedaan hebben."

Met haar hand in de zijne voer hij voort: „Ik heb een droom gehad. Daarin zag ik ons samen op ons oude familie-kasteel. Eerst zag ik het slot uit de verte hoog op de rots en de Durance, die er langs kronkelt in de diepte. Toen was ik in de vertrekken en in het park met jou; en ik voelde, dat wij gansch geluk-

Sluiten