Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoonste was geweest in hunne vriendschap.

Lang nog nadat de Mirabeau weder hersteld was, dacht Henriëtte Amélie met iets als heimwee terug aan den tijd van zijn ziekte.

Haar ziekbed liet geen enkele zoete herinnering na: juist vóórdat de eerste koortsaanval over haar kwam, was tusschen haar en haar vriend een pijnlijk niet-begrijpen gerezen.

De Mirabeau had haar, eerst in vage termen, toen üi harde woorden de koelheid verweten, die hem altijd in haar liefdesovergave gehinderd had. Voor 't eerst had hij wantrouwen getoond en toespelingen gemaakt op een ander, aan wien zij mogelijk gaf, wat zij hém onthield.

Henriëtte, verwonderd en diep bezeerd, had gezwegen. Toen, in smalende drift had de Mirabeau den naam genoemd van Préveux.

Nog had Henriëtte gezwegen, tezeer gegriefd om zich zelfs te verdedigen.

Stil was zij naar haar kamer gegaan, en had zich daarbinnen opgesloten.

Als een ontredderde had zij er gezeten; nog wekte de heugenis van die uren een stekende pijn in haar borst: heel haar leven scheen plot-

Sluiten