Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wit geworden als een doode; hare handen tastten om zich heen, duizelend zeeg zij terug tegen de kussens.

Ontsteld staarde de Mirabeau haar een paar seconden aan; de woeste drift legde zich plotseling, zijn oogen werden vochtig en heel zijn gelaat verzachtte.

Hij liet zich op de knieën neer naast de canapé, nam Henriëtte's hand tusschen de zijne, kuste ze teeder en innig.

„Vergeef me, Jet-Lie, liefste, eenige vrouw!" snikte hij; „ik vergat, dat je nog zwak bent. Ik heb je zoo lief, ik kan je niet zien lijden..."

Met vermoeid gebaar streelde zij zijn gezicht.

„Wij moeten geduld hebben," zeide zij mat. „Om elkander en onszelf terug te vinden."

Hij beet zich op de lippen, hield met moeite de betuiging terug, hoe hij niet wachten kon, hoe er gevaar dreigde, dat een ander hem voorgoed tot zich zou trekken, een ander, die hem gaf, wat Henriëtte niet bezat of weigerde te geven. Langzaam rees hij op, liep een paar maal heen en weder, bleef 'opnieuw naast de canapé staan.

Henriëtte zag hoe hij zich bedwong en in

Sluiten