Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTTIENDE HOOFDSTUK.

Henriëtte Amélie zat in den avond bij de Mirabeau in zijn „cabinet de travail" een niet groot vertrek, waar hij gewoonlijk met Dumont, zijn secretaris, werkte.

Dumont was even te voren heengegaan; de Mirabeau arbeidde aan zijn schrijftafel; Henriëtte zat vóór haar borduurraam aan de tafel. Doch hare vingers trokken slechts loom de draad door het batist en hare oogen staarden over de tafel heen in het vuur, dat, om den al zoelen voorjaarsavond, niet dan smeulende werd gehouden.

Zij voelde zich moe, met een pijnlijke gebrokenheid in hare leden en op haar hoofd een zwarre druk, die alle jonge opgewektheid neerhield. Sinds zij, een paar weken tevoren, zichzelve genezen had verklaard en als

Sluiten