Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Misschien wekte de gedachte aan mij die kracht. Maar zij woont in jezelf. Is altijd uit jezelf gekomen."

Hij hief het hoofd op en liet haar los.

„Nu is de kracht gebroken. De gedachte die haar wekken moet heeft geen macht omdat het geloof ontbreekt"

En hartstochtelijk, de armen naar haar uitgestrekt:

„Geef mij dat geloof terug 1 Laat mij je liefde voelen» laat ze zoo branden dat het andere er in verteert. Kus mij, zooals een vrouw kust, die liefheeft 1"

Hij sloeg opnieuw de armen om haar heen, drukte zijn mond op den hare.

In Henriëtte rees de wensch, vurig als een gebed, dat zij in dit oogenblik gansch voor hem mocht zijn wat hij vroeg: in dat verlangen gaf zij willig hare lippen voor zijn kus, maar terstond bijna voelde zij niét te kunnen met de gedachte aan die andere en aan het wantrouwen, dat zoovele maanden al tusschen hen stond. Haar lichaam verslapte, als een weerlooze hing zij in zijn armen, onderging

Sluiten