Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je begrijpt wat dat beteekent," ging hij onbarmhartig voort; „ik moet die menschen redden, die vrouw heeft me lief, met een groote prachtige passie. Zij geeft mij oogenblikken van heerlijk geluk. En wij — jij en ik — wij kunnen alleen elkander nog vernielen!"

Henriëtte antwoordde niet; ook hare tranen waren opgedroogd.

De Mirabeau zat zwijgend, in elkander gedoken als een gebroken man.

Toen, na lange stilte, fluisterde Henriëtte dof: „als ik heenging uit je leven..."

Zij wachtte; hij vulde den zin niet aan.

Langzaam rees zij op, schreed hem voorbij, de kamer uit, naar haar slaapvertrek aan den achterkant van het huis.

Hier zat zij neer in diepe gebrokenheid. En in haar ooren hamerden altijddoor de vreeselijke woorden: „Wij kunnen alleen elkander nog vernielen."

Dit was het einde. Na dit woord viel niets meer te zeggen.

Stil, met traanlooze oogen wachtte zij tot zij de Mirabeau hoorde wegrijden.

Sluiten