Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pantja's lofdicht op Hajam Woeroek, de Nagarakrtagama in het licht en maakte Kern, door gedeelten van het gedicht achtereenvolgens te vertalen en toe te lichten, deze voor de Javaansche geschied- en oudheidkunde rijke en buitengemeen waardevolle bron gaandeweg voor grootere kringen toegankelijk. De Pararaton en de Nagarakrtlgama konden slechts onder het hoofd „Talen en Letterkunde" in het in 1907 gepubliceerde 4de deel van Veth's werk eenige bespreking vinden.

Het mag derhalve wel een heugelijk feit genoemd worden, dat van hetgeen het voortgezette archeologisch en historisch onderzoek van Java aan resultaten heeft geleverd, Mevr. Fruin nu eene synopsis heeft gegeven. Met ijver en toewijding heeft zij het verspreide materiaal bijeen verzameld en op overzichtelijke wijze in eenvoudige, onopgesmukte taal — het werk is als volksboek en niet in de laatste plaats voor Inlandsche lezers bestemd — weergegeven. Zonder de bronnen voor onze kennis van Java's oude geschiedenis opzettelijk te bespreken, laat de schrijfster toch voldoende blijken, welke die bronnen zijn: inscripties op steen en metaal, overblijfselen van bouwwerken, de twee bovengenoemde geschriften, oude Chineesche berichten. Bovendien zal zij aan het eind van het geheele werk een overzicht geven van de geraadpleegde boeken en artikelen teneinde tevens den weg tot diepere studie van de Javaansche geschiedenis te wijzen. Aldus kan Mevr. Fruin's boek niet alleen tot verspreiding van geschiedkundige kennis van Java, maar ook van een juist begrip van historische critiek en historischen opbouw bijdragen, hetgeen mede zijn nut heeft.

Verder heeft Mevr. Fruin zich niet bepaald tot het verhalen van de dynastieke geschiedenis, maar ook verteld van den Oud-Javaanschen godsdienst, letterkunde, bouwkunst, zeden en gewoonten, kortom van de OudJavaansche beschaving, voor zoover de weinige, beschikbare gegevens strekken.

Ook in wetenschappelijk opzicht tenslotte geeft de verschijning van dit boek reden tot verheugenis. De wetenschap streeft naar eenheid in eene verscheidenheid van gegevens, zoekt naar verklaring van en samenhang tusschen op zichzelf staande feiten en is hierbij er steeds op bedacht zichzelve te bezien. Dit streven heeft niet alleen aanhoudende détailstudie noodig maar ook gestadig nieuwe samenvattingen van alle verkregen uitkomsten. Door een overzicht te geven van de Javaansche geschiedenis naar den huidigen stand onzer kennis ervan dient Mevr. Fruin dus ook de Javaansche geschied- en oudheidkunde, en de omstandigheid, dat de Heeren Dr. F. D. K. Bosch en Dr. B. O. Schrieke het werk tevoren in manuscript hebben willen inzien, geeft bij de nauwgezetheid, waarmee de schrijfster haren arbeid heeft verricht, een waarborg te meer, dat hare sypnosis/inderdaad alle voorname door het wetenschappelijk onderzoek berei klëresultiten omvat.

Moge Mevr. Fruin's boek in veler handen komen!

c?y>fa% HOESEIN DJAJADININGRAT.

Weltevreden, 8 December 1919.

Sluiten