Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nakomelingen (Het geloof aan de bovengenoemde dingen noemt men animisme).

De lijken der gestorvenen liet men naar de zee afdrijven of men stelde ze in de bosschen aan de wilde dieren of aan ontbinding ten prooi. Pas wanneer slechts de beenderen waren overgebleven kon de ziel, die in het lichaam gewoond had, naar het zielenland gaan, waar een leven, ongeveer op dezelfde wijze als op aarde, werd geleid.

Vermeldenswaard is het ten slotte, dat de voorouders der Javanen enz. reeds tot duizend konden tellen.

Dit weinige is ongeveer alles wat men van het stamland en zijn bewoners zou kunnen meedeelen. Monumenten noch documenten heeft het volk nagelaten, geen verhalen of overleveringen reppen van die oude tijden. En toch kan men er met eenige waarschijnlijkheid het bovenstaande van zeggen en er nog iets aan toevoegen.

Op een of anderen tijd — wanneer is bij geen benadering te zeggen — werd het volk gedwongen zijn woonplaats te verlaten en elders zijn heil te zoeken. De oorzaak van deze volksverhuizing zal, als van zoovele andere, wel geweest zijn: het komen opzetten van een ander volk, dat de kracht bezat de oude bewoners te verdrijven en zich van de woonplaatsen meester te maken. Die overweldigers kwamen uit het Noord-Westen en drongen in den loop der tijden het volk steeds meer naar de kust, zoodat het eindelijk langzamerhand bij groepen of stammen van het vasteland uittrok en zich vestigde op de talrijke eilanden, gelegen tusschen Azië en Australië, Oost Afrika en de Westkust van Zuid-Amerika. Afgezonderd van elkaar hebben de onderscheiden groepen zich daar op onderling geheel verschillende wijzen ontwikkeld, zóó dat zij in allerlei opzichten, ook in hun oorspronkelijk gelijkluidende taal afwijkingen van elkander gingen vertoonen; hoe groot deze echter ook werden, toch is nog in den tegenwoordigen tijd hun verwantschap en gemeenschappelijke afkomst zeer duidelijk waar te nemen, evenals dit: dat zij oudtijds één zelfde taal gesproken hebben. Juist de talen, die in de genoemde groote eilandengroep gesproken worden, hebben ons in staat gesteld iets van den grijzen voortijd te weten te komen, immers alle bezitten dezelfde of ongeveer dezelfde woorden voor de wezens en dingen, die we boven als in het stamland voorkomend, genoemd hebben. Van elkaar overgenomen hebben de bewoners der verschillende eilanden die woorden niet; dan zou er een druk verkeer hebben moeten bestaan tusschen b.v. de bewoners der Gezelschapseilanden in de Stille Zuidzee en die van Atjeh en dat is stellig niet het geval geweest. De eenige oplossing is daarom deze, dat zij, die overigens ook in uiterlijk, in enkele gebruiken en in geloof op elkaar gelijken, de bovengenoemde dingen gekend hebben in den tijd, dat zij in één gemeenschappelijk vaderland tezamen woonden.

In het volgende zullen wij nu zien, hoe de ontwikkeling en de lotgevallen zijn geweest van de drie groepen, welke zich op het vruchtbare eiland Java vestigden.

Sluiten