Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK.

De Oudste tijden op Java.

Een der drie groepen, die in die verre tijden uit het stamland wegtrokken naar Java, of zooals zij vermoedelijk zeiden naar Noesa Kendeng, vestigde zich in het Westelijk deel ervan, een tweede hoofdzakelijk in Midden-Java, een derde in het Oostelijk deel en op het tegenwoordige eiland Madoera. Onmogelijk meer uit te maken is het, bf die verschillende groepen tegelijkertijd of na elkaar aankwamen.

Troffen zij toen reeds op Java bewoners aan? Waarschijnlijk is dit wel: in de alleroudste verhalen rit, zoowel van de Javanen, de middengroep, als van de Soendaneezen *) die West-Java gingen bewonen, wordt er van wezens gesproken, die eertijds op het eiland heerschten en die onderworpen of verjaagd werden. Schimmen, geesten en monsters werden ze genoemd, betitelingen waarmee bijna overal de oerbevolking door de inkomelingen, die iets minder onbeschaafd zijn, aangeduid wordt. Invloed hebben ze, voorzoover wij weten, niet gehad.

Van de verhouding tusschen de Javanen en de Oostelijke kleinste groep, de Madoereezen, is niets bekend; waarschijnlijk was ze van vriendschappe1 ij ken aard; die tusschen de Javanen en Soendaneezen was van den aanvang af vijandig. Dit valt op te maken uit Oud-Soendasche verhalen, die in het landschap Qaloeh — in het Oosten der Preanger — spelen en die wellicht een historischen ondergrond hebben. Gaat er iemand vandaar naar het Oosten, dan is het om krijg te voeren. Het schijnt dat tenslotte de twee partijen tot het inzicht kwamen, dat het overgaan van de tegenwoordig Tegalsche rivier, waaraan Brebes ligt, die de grens tusschen hen vormde, altijd ongeluk met zich bracht en dat dit blijkbaar dus den geesten daar onwelgevallig was. Daarom werd het verboden die Tji Pamali, de „Rivier des Verbods", over te gaan. Ten Zuiden der Tji Pamali vormden de moerassen ten Westen van Maos in Banjoemas een natuurlijke grens tusschen hen. Zoo gescheiden maakten de Javanen een ontwikkeling door, die grootelijks verschilde van die der Soendaneezen, al kwamen zij later af en toe weer met elkaar in aanraking. Het reeds aanwezige verschil, waaruit de vijandelijke gezindheid voortgekomen was, ac-

Zoo zullen wij de Westelijke Javanen voor het gemak reeds nu noemen; de naam is echter van jongeren datum en werd hun door buitenlanders, de Hindoes gegeven.

Sluiten