Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fa Hiën, die een pelgrimstocht naar de heilige plaatsen der Boeddhisten*) in Voor-Indië had ondernomen en via Ceylon in 414 op een koopvaardijschip naar China terugreisde. Na een lange, bezwaarlijke reis van negentig dagen *) bereikte hij West-Java, waar hij vijf maanden verbleef. Het eenige nu, wat hij over het land de moeite van het vertellen waard vindt is, dat er veel heidenen3) en veel Brahmanen4) voorkomen, maar Boeddhisten, geloofsgenooten van hem, zijn er zoo goed als niet. Van Chineezen rept hij niet, blijkbaar waren die niet op Java aanwezig. Van het noemen van den naam van het rijk, waar hij zoo lang vertoefde, of van den regeerenden vorst is zelfs geen sprake. Eén mededeeling van hem is nog van belang: hij vertelt, dat hij zich op een ander koopvaardijschip dat twee honderd Hindoesche kooplieden en passagiers5) aan boord had, naar Canton inscheepte. De route van Voor-Indië naar China liep dus blijkbaar nog steeds over West-Java.

Waarschijnlijk bestonden er tusschen Taroema zelf en China ook handelsbetrekkingen. In 435 nl. zond de Koning van West-Java een gezant naar China8). Het doel van die zending wordt wel niet vermeld, maar zal wel hetzelfde zijn geweest als van zoovele andere gezantschappen uit naburige landjes naar China: het aankweeken der handelsbetrekkingen door het sturen van geschenken aan den machtigen Keizer.

Hiermee eindigen voorloopig de inlichtingen, die wij over West-Java onder Hindoeheerschappij bezitten. Hoe lang Taroema bestaan heeft, hoe het zijn einde heeft gevonden — dat ligt voor ons in het duister. Dat het gewone daaglijksche leven en denken der Soendaneezen veel verandering zou hebben ondergaan door de vreemde overheersching is, zooals wij zagen, hoogst onwaarschijnlijk. Daarvoor was de invloed der Hindoes te oppervlakkig: de vreemdelingen legden er zich niet op toe de minder ontwikkelden tot zich op te heffen en de Soendaneezen zelve waren nog niet ver genoeg om zich tot een hooger peil van beschaving en godsdienst aangetrokken te voelen.

Wij zullen nu zien, hoe een paar eeuwen later, in een ander gedeelte van Java de vreemde invloed heel wat dieper op de bewoners inwerkte dan in de Soendalanden.

*). Hierover later nader.

2). Men deed anders een maand over de reis van Ceylon naar de Z. W. punt van Soematra.

s). de Soendaneezen. 4). de Hindoes. "). uit Voor-Indië.

•). Volgens een Chineesch bericht, waarin bedoelde vorst „Sri Pa-da-do-a-la-pamo" genoemd wordt, misschien moet dat Sri Pada Poernawarman voorstellen. De Chineezen verhaspelen bijna alle Javaansche namen tot onherkenbaarwordens toe.

Sluiten