Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door huwelijken met Javaanschen onder invloed geraakten van de Javaansche bevolking, bij wie immers deze soort vereering ingeworteld zaf.*) Zou men zoo van een inwerking van het „Javaansche" geloof op dat der immigranten kunnen spreken, veel sterker was de invloed in omgekeerde richting. Want, in tegenstelling met de Soendaneesche bevolking der 4e en 5e eeuw, toonden de Midden-Javanen der 8e eeuw (die na vier eeuwen zelve ook al verder zullen zijn geweest dan de Soendaneezen destijds hadden kunnen zijn) zich zeer toegankelijk voor de hoogere beschaving en ontwikkeling, welke de Hindoes, die onder hen kwamen wonen, bezaten. De Javanen namen langzamerhand en in steeds sterkere mate het geloof aan de goden en godinnen van de Hindoes over, met behoud van hun eigen vooroudervereering, waaraan door den nieuwen godsdienst ook een plaats toegekend was. Het Sjiwaisme werd gaandeweg op Java populair; Sjiwa genoot bij voorkeur de vereering der Javanen.

. Misschien begon men reeds ten tijde van den Sjiwaiet Sandjaja en de zijnen met den (bouw van de Sjiwatempels op het Diëngplateau. Op verschillende tijdstippen nl. zijn daar achtereenvolgens ongeveer veertig tempels opgericht, waarvan nu nog eenige ruïnen, meer of minder goed bewaard, over zijn 2), die door hun stijl en door het schrift op eenige steenen gevonden, uitwijzen, dat de bouwers ervan uit Zuidelijk Voor-Indië, uit het bronneriland van Kistna en Godawari, kwamen.

Uit andere getuigenissen nu, weten we, zooals reeds meegedeeld is, dat de eerste Midden-Javaansche Hindoes ook uit die streken afkomstig waren, zoodat het niet onwaarschijnlijk is, dat de oudste gebouwen van de Diëng uit de 8e eeuw, den tijd van Sandjaja, zijn. Zekerheid bestaat er echter niet over, daar het oudste, op het plateau gevonden, jaartal pas 809 is, drie kwart eeuw na Sandjaja.

Het Hindoesche bouwwerk met den oudsten datum op Java is de Boeddhistische Tjandi Kalasan 3), in 778 niet ver oostelijk van het tegenwoordige Djocja gesticht, waarmede tegelijkertijd een verblijf4) voor monniken opgericht werd. Naar uit de inscriptie, op dezen bouw betrekking hebbend, blijkt, was de stichter van tempel en monniksverblijf een vorst uit een 'Sudere familie dan Sandjaja en wel uit de dynastie der Sjailendra's. Deze Koningen — die dus omstreeks 778 leefden — zullen wel niet regelmatig op Sandjaja en diens geslacht gevolgd zijn, want behalve dat zij tot een andere familie behoorden,

a). De inscripties bewijzen, dat de Hindoes samensmolten met de Javanen; naarmate ze jonger zijn, worden ze in taal en schrift „Javaanscher".

2). Er bevinden zich daar ook kratonoverblijfselen, waarbij bleek, dat de toenmalige opzet en indeeling der paleizen dezelfde was als die van de tegenwoordige kratons in Solo en Djocja, ook fundamenten van grootere en kleinere woningen. Priesters woonden er waarschijnlijk voortdurend en misschien kwam de Koning af en toe op den Hëiligen Berg verblijf houden.

s). In 1918 moest de mooiste zijde der ruïne ondersteund worden door een beermuur, waardoor veel van het schoone tijdelijk onzichtbaar is.

*). Dit gebouw is waarschijnlijk Tjandi Sari, tusschen Kalasan en Prambanan.

Sluiten