Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Mahajana, die der Noordelijke Kerk en de aanhangers van het Hinajana, die der Zuidelijke Kerk.

Het Hïnajana kan men de conservatief-orthodoxe school noemen: zij staat het dichtst bij de oorspronkelijke leer van den Boeddha. Van een God, een Opperwezen, is bij de hinajanisten geen sprake, alleen van den Boeddha, den Heiland, den Verhevenste der schepselen, hooger dan de goden. Het ascetische monnikschap is de eenige weg tot de volmaking; wie volmaakt is en derhalve niet meer wedergeboren zal worden, treedt het Nirwana in bij zijnen dood. Zulk een heilige bewerkt slechts zijn eigen verlossing, niet die van anderen; inderdaad moet ieder mensch die ten langen leste voor zichzelf .tot stand kunnen brengen. Daarom noemen die van de Noordelijke Kerk deze wijze van het bereiken der zaligheid „Hïnajêna", het Geringe Voertuig, of de Geringe, de Kleine Loopbaan (een geringschattende qualificatie dus). Er is slechts één Boeddha; wel zijn er in lang vervlogen tijden andere Boeddha's, ook wereldverlossers geweest, maar deze zijn door onnoemelijk lange tijdperken van elkaar gescheiden; practisch gesproken staat de schitterende loopbaan Van een Boeddha voor geen enkel sterveling open. Niettemin leeft er één wezen, dat voorbestemd is, eenmaal in de verre toekomst als een Boeddha voor het heil en de verlossing van het menschdom te leven en te werken. Dit is Maitreja, de Bodhisattwa; hij werkt reeds thans om zich voor die hooge taak voor te bereiden. Het woord Bodhisattwa beteekent: „iemand, wiens wezen wijsheid is"; hij is om zoo te zeggen, een aspirant-Boeddha.

Het MahSjana, het Groote Voertuig, of de Groote Loopbaan, heet aldus, omdat zijn belijders leeren, dat de weg tot het Bodhisattwaschap open staat voor een iegelijk die er naar streeft. Het Mahajana heeft zich ten gevolge daarvan ontwikkeld tot een polytheistisch stelsel, waarin tallooze goden, ja zelfs godinnen opgenomen zijn, die vereerd en aangebeden worden. Naast de overtalrijke Boeddha's staan onnoemelijk vele Bodhisattwa's, die allen slechts arbeiden voor het welzijn der menschheid; zij zijn gereed om, als zij het wenschen, als Boeddha's het Nirwana in te gaan, maar uit mededoogen met de verdoolde schepselen, verwijlen zij in gewesten, vanwaar zij het menschdom kunnen helpen, steunen en verlossen. In het kort moge het volgende omtrent de voornaamste godheden van het Mahajana volstaan, om den lezer een denkbeeld te geven van deze godenleer.

Als bron van al het bestaande wordt de Oer-Boeddha aangemerkt, onkenbaar, ongeopenbaard. Uit zichzelf zendt hij uit vijf Mijmer-Boeddha's1), die dus te beschouwen zijn als openbaringen zijner essentie, als vijf steeds gelijktijdig bestaande aspecten van de oer-godheid. In elke der opeenvolgende scheppingsperioden treedt een hunner meer bepaaldelijk op den voorgrond. Hun namen zijn Wairotjana, Aksjobhja, Ratnasambhawa, Amitabha en Amoghasiddha. Thans zijn wij in de periode van Amitabha, den vierden MijmerBoeddha. Ook deze vijf nemen nog geen werkdadig aandeel in het bestier der

1). Dhyani-Boeddha's,

Sluiten