Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond men die kunst — de Javanen waren daarin nog niet geschoold. Tegelijk met den tempel werd er een verblijf1) gebouwd voor Boeddhistische monniken; naar uit de inscriptie, op dezen bouw betrekking hebbend, blijkt, was de stichter van den tempel en het monniksverblijf een vorst uit een andere familie dan Sandjaja en wel uit de dynastie der Sjailendra's.

De Tjandi Mendoet, tusschen 778 en 938 gebouwd, is ook Boeddhistisch. Zij bevat drie prachtige Boeddhabeelden die den binnentredende treffen door hun verhevenheid 2).

Hoe schoon al deze tempels3) ook zijn mogen, alle moeten zij in indrukwekkendheid tóch onderdoen voor het grootsche bouwwerk der Boroboedoer, bij Magelang, „het epos in steen" gelijk het wel genoemd is. Hier triumfeert het Boeddhisme in al zijn grootschheid. Nergens, ook in Voor-Indië niet, vindt * men een heiligdom van zulk een machtige conceptie getuigend, als dit. Eigenlijk is het geen tempel, maar een reusachtige bewaarplaats van een heilig Boeddhistisch reliek, een „stoepa" geheeten4).

Uit de vlakte opkomende, bereikte men eertijds langs trappen — die nu bijna geheel verdwenen zijn — den heuvelgrens, waaromheen de vierkante galerijen en de ronde terrassen, boven elkaar en van steeds kleiner wordende omvang, zijn aangelegd. Tusschen reusachtige steenen leeuwen door, kwam men aan den eersten ommegang, waar de leer en de levens van Boeddha in beeldhouwwerk aanschouwelijk worden gemaakt. Beelden van Dhy&ni-Boeddha's, droegen er toe bij den aandachtig voorbij gaanden geloovige in een verheven stemming te brengen. Langs poorttrappen steeg men van de lagere naar de hoogere gaanderijen en ten slotte bevond men zich dan op een plateau, waaruit de drie ronde terrassen oprijzen, die overdekt zijn met talrijke Boeddha's, onder Dagobs (klpkvormige bouwsels) met openingen, verborgen5). Deze rijen zich rondom de reusachtige, gesloten dagob op den heuveltop, waarbinnen de hoogste Boeddha, voorgesteld door een niet afgewerkt beeld •), zetelde.

Tientallen van jaren moet er aan dit omvangrijke bouwwerk, dat misschien in 850 begonnen werd, gewerkt zijn. Door wie of op wiens last, staat nergens vermeld. Boeddhistische vorsten zullen er waarschijnlijk den stoot toe gege-

1). Dit gebouw is waarschijnlijk Tjandi Sari tusschen Kalasan en Prambanan.

HL Zie Rouffaer's veronderstelling, dat de Mendoet een graftempel is en wel van een vorstin (Sima ?); Bijdragen K. I. 74 blz. 151.

3). De Midden-Javaansche tempels zijn, voorzoover nog bewaard, alle van natuursteen gebouwd. Er zijn er wel van baksteen geweest, maar door het minder duurzame van het materiaal zijn er slechts de fundeeringen van over.

*). Zie Boeddha's voorschrift ter bewaring van relieken op blz. 28 van „Het Buddhisme" door Prof. Dr. J. S. Speyer (Hollandia Drukkerij Baarn. 1911; 40 ets.).

5). Vele staan er nog, waaronder verscheiden gebrokene; andere zijn naar het museum van het Bataviaasch Genootschap overgebracht. Het beeldhouwwerk langs de galerijen bevindt zich nog in goeden staat.

*). Nog op het tempelterrein aanwezig. Daaronder werd waarschijnlijk een reliek (nu verdwenen) bewaard.

Sluiten