Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ven hebben, want slechts de grooten der aarde kunnen zulk een reusachtig bouwplan laten uitvoeren.

Met het bouwen van tempels ging men onderwijl steeds door; zij wijzen /uit, dat op het laatst der 9e en in het begin der 10e eeuw het Sjiwaisme meer aanhangers bezat dan het Boeddhisme, dat immers meer een vorstengeloof was. In de eerste jaren der 10e eeuw was de vlakte van Prambanan een middelpunt van godsdienstige vereering. Een stad vol tempels verhief zich daar; vooral Sjiwaietische, maar toch ook Boeddhistische (de Tjandi Sewoe) — honderden in aantal — stonden er niet ver van elkaar. De techniek der bouwkunst bereikte daar haar hoogtepunt in den prachtigen hoofdtempel van Prambanan, aan de Hindoesche Drieëenheid, maar in de eerste plaats aan Sjiwa gewijd. Gebouw en versiering vormen hier een harmonische eenheid, zooals nooit vroeger bereikt was, doordat bouwer en beeldhouwer hier niet onafhankelijk van elkander, maar tezamen in overleg hebben gewerkt.

De vorstelijke residentie lag, naar men meent, op den heuvelrug, die de vlakte van Prambanan en Sorogedoeg scheidt. Een diepe gracht, een ringmuur met poorten, een badplaats en een vijver, een reusachtig platean geplaveid met steenen zijn tezamen onwedersprekelijke bewijzen, dat daar in oude tijden een kraton gestaan heeft, die uitzicht bood over de gansche vlakte in het rond1).

Op denzelfden heuvelrug als waarop de kraton lag, bevonden zich ook Sjiwaietische tempels, de Tjandi Idjo, een groep van elf tempels s). Ook de heiligdommen op het Diëng-plateau 3) zijn alle Sjiwaietisch. Een ervan, de Tjandi Bima, vertoont bepaaldelijk den stijl, die in de Bombay-Girnar streek gebruikelijk was, zoodat de Sjiwaietische volgelingen der Sjailendra-vorsten, over wie boven gesproken is, dien tempel gebouwd kunnen hebben.

De voornaamste van de „Negen Tempels", „Gedong Sanga", in de residentie Semarang, op de helling van den Oengaran, is ook aan Sjiwa gewijd. Eén tjandi van deze groep heeft het merkwaardige, dat ze de eenige der Javaansche tempels is, die heelemaal gereed gekomen is d.w.z. die van boven tot onder toe van beeldhouwwerk voorzien is. De Hindoes maakten nl. altijd eerst het eigenlijke gebouw gereed en begonnen het dan van boven, af met beeldhouwwerk, „en reliëf" (half-verheven) of losstaand te versieren. Gewoonlijk kwam men met dat laatste nooit gereed; deze tjandi echter is tot aan de basis toe geornamenteerd.

Specifiek Sjiwaietisch is ook de tempel te Séla Grija in Kedoe en de Tjandi Banon in dezelfde residentie. Van binnen zijn de Sjiwa-tempels gewoonlijk meer

»). Zie hierover: Van Erp „20th Century Impressions" pag. 157, die het bovenstaande als de meening geeft van den ingenieur-archaeoloog J. W. Yzerman. De Javanen noemen die overblijfselen den: „Kedaton" van „Ratoe Boko".

2) . Zie voor het Sjiwaisme hierboven pag. 19.

3) . Zooals boven gezegd is, begon men daar waarschijnlijk reeds veel eerder dan P09 te bouwen, maar 809 is het oudste, daar gevonden jaartal.

Sluiten