Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

Java in aanraking met Hindoes. C. Oost-Java.

Oost-java had, gelijk gezegd is, een deel van het Hindoerijk Mataram uitgemaakt, maar er hadden zich in dit gedeelte van het eiland niet zooveel Hindoes gevestigd als in Kedoe en naburige streken. Daardoor lieten de Javanen zich in het Oosten meer gelden; op allerlei gebied ging er, zooals wij zien zullen, van hen invloed uit op de minder talrijke Hindoes. Er had hier een veel sterkere vermenging van de oorspronkelijke bevolking met de vreemde plaats dan vroeger in Midden-Java en daar er, naar 't schijnt, voorloopig geen nieuwe landverhuizers meer uit Voor-Indië naar Java kwamen, ging het zuivere Hindoe-type op den duur verloren.

Reeds in =fc 900 spreken inscripties van 't Oost-Javaansche land; doch het zelfstandige, van Midden-Java onafhankelijke leven begint pas met MpoeSindok, die, naar reeds meegedeeld is, eerst Rijksbestierder der Mataramsche koningen, na het verdwijnen van het Midden-Javaansche rijk ( ± 928) een der voornaamste regeerende vorsten in Oost-Java werd, zetelend te Kahoeripan in Zuid Soerabaja. Zijn gebied strekte zich over Pasoeroeanv Soerabaia, Kediri en misschien ook over het eiland Bali uit. Gedurende zijn gansche regeering, welke tot 944 duurde, noemde hij zich vorst van Mataram. Al zetelde hij niet in ,dat Midden-Javaansche gebied, hij maakte er toch aanspraak op en niemand scheen hem dat land te betwisten. Een ijverig Boeddhist was hij, mild in het schenken van goede gaven aan Boeddhistische geestelijken. Hierom is het niet waarschijnlijk, dat hij de stichter zou zijn van de Sjiwaietische Tjandi Derma bij Goenoeng Gangsir*), die niet na zijn tijd ontstaan is, maar die wel vóór hem kan gebouwd zijn, toen het eigenlijke Mataram nog bloeide. Deze tempel is van baksteen a) en vertoont nog zuiver den Midden-Javaanschen stijl. Onder Sindok beleefde Java, volgens een in hofstijl geschreven inscriptie, wederom een gulden tijd: „De vergankelijke aarde bracht gedurende zijn langdurig bestuur onmetelijk veel vruchten voort en genoot voorspoed". Eerst had „de met roem en macht gezegende" beheerscher van Java een groote menigte

*)■ Op de grens van Soerabaja en Pasoeroean.

2). Voor de kennis der bouwkunst is hij van veel belang, omdat immers in MiddenJava geen baksteenen tempels overgebleven zijn.

Sluiten