Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koningen *) overwonnen en was hij vermaard geworden door alle drie werelden, in grooten heldenmoed een leeuw gelijk, de kroon spannend onder de hoeders der aarde. Hij was gezegend met een liefelijke dochter, Sjri Isjana Toenggawidjaja, die ook vurig het Boeddhisme toegedaan was en de blijvende vreugde haars vaders uitmaakte. Zij volgde hem ook in 944 op en trad met een koning2), haar waardig in schoonheid en in reinheid van gemoed, in 't huwelijk, met den uitstekenden Sjri Lokapala n.1., die, schijnt 't, nu zelf ook over Sindok's rijk kwam te heerschen.

Een voortreffelijke zoon werd hun geboren, Sjri Makoetawangsja, een zoon van Mpoe Sindok's geslacht, zegenrijk regeerend toen hij aan het bewind was gekomen en onverschrokken zijn vijanden (?) bestrijdend. Steeds was zijn geest gericht op het bevorderen van het welzijn der schepselen en de aarde gedijde onder zijn bestuur.

Deze vorst bezat een overschoone dochter, prinses Mahendradatta, het geïncarneerde rijksgeluk van Java, die de gemalin werd van een afstammeling uit een beroemd vorstengeslacht, Oedajana geheeten, weliswaar zelf geen Koning, maar toch iemand van uitnemend zuiver bloed. Aan hem dankte zijn vrouw haar bijnaam, die ook buiten Java populair werd van „Goena prijadharmapatni", wat zeggen wil, „gemalin van den vriend der deugd".

Sinds Sjri Makoetawangsjawarddhana had Sindok's geslacht het Boeddhisme vaarwel gezegd, zooals in dezen tijd geheel Oost-Java naar 't schijnt. Laatstgenoemde vorst was waarschijnlijk een Wisjnoeiet (hij wordt tenminste met Wisjnoe vergeleken). Oedajana, zijn schoonzoon, was dat waarschijnlijk ook, naar op te maken valt uit de versieringen 3), die uitgebeiteld zijn aan zijn graf te Djalatoenda, een badplaats op de helling van den Penanggoengan, waar hij begraven werd *).

Deze mededeelingen, die we alle aan inscripties te danken hebben, bevatten, zooals men ziet, niet anders dan vage algemeenheden en overdreven loftuitingen op vorsten en vorstinnen, welke ongetwijfeld afkomstig zijn van hovelingen en die ons behalve over Sindok's afstammelingen eigenlijk nergens anders over inlichten. Veel meer is ons bekend van den zoon van de prinses Mahendradatta en Oedajana, Erlangga geheeten, die, hoewel geen zoon van regeerende vorsten, toch reeds vroeg tot den troon voorbestemd was. Wij weten niet, wie de opvolger van Makoetawangsja, Mahendradatta's vader, is geweest. Zeker is echter, dat in 996 een zekere Dharmmawangsja een machtig koning in Oost-Java was en dat deze vorst door Erlangga, Mahendradatta's

!). Zonder verdere aanwijzingen. 2). Van welk rijk wordt niet gemeld.

s). Een garoeda, de draagvogel van Wisjnoe, gecombineerd met een slang. Het graf is een der oudste Oost-Javaansche monumenten.

«). In welk jaar is. nog niet uitgemaakt; het daar vermelde jaartal, 899 Sjaka = 977 A. D. kan zijn sterfjaar niet zijn; misschien liet Oedajana in dat jaar zijn graf aanleggen.

Sluiten