Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roering op het eiland was teniet gedaan; in 's vorsten schaduw leefden de onderdanen weer met gerustheid.

Nu dit bereikt was, stichtte Erlanggax) — volgens de gelofte als kroonprins afgelegd — de kluizenarij op de Zuidelijke helling van den Penanggoengan, van waaraf-men een heerlijk vergezicht over het land beneden zich had. Dit verblijf, Poegawat of Poecangan (later Poetjangan en Kepoetjangan) geheeten2), werd door den vorst met allerlei rechten en vrijdommen begiftigd en zoo prachtig temidden van lusttuinen aangelegd, dat van heinde en ver bezoekers toestroomden om het te bewonderen8).

Nog op andere wijze bewees Erlangga, dat hij de hem in zijn nood betoonde toewijding niet vergat: de trouwe Narottama (ook Dharmmamoertti en Danasjoera genoemd) verkreeg na den vorst de hoogst bereikbare positie in 't rijk.

Erlangga, de heerscher in de Brantasvlakte, noemde zich vorst van Kediri, waarbij wij echter moeten aannemen dat hij in Soerabaia (d.w.z. de tegenwoordige residentie) toch waarschijnlijk zijn grootste macht bezat. Tenminste van uit dit deel van zijn rijk kondigde hij zijn meeste besluiten af.

In het begin van zijn regeering, toen hij nog niet in 't bezit van zijn volle macht was, in lü/l, had hij zijn kraton te Wwatan Mas4) (Gouden brug); na zijn overwinning in 1037 verhief hij Kahoeripan 5) tot zijn residentie. Het is niet bekend welke streken het gebied van Erlangga precies omvatte; stellig heeft Toeban (in de tegenwoordige residentie Rembang) tot het rijk behoord. Die stad was toentertijd zulk een belangrijke handelsplaats, dat de Chineezen Oost-Java wel aanduidden met den naam van Tapan = Toeban. Zij verkreeg van Koning Erlangga privileges voor den zeehandel, gelijk een nog bestaande beschreven steen bewijst. Een tweede bloeiende haven- en handelsstad, een eind de Brantas op gelegen, was, tijdens Erlangga, ook Oedjoeng Galoeh.

Gelijk zoovele regeerders op Java8) — voor en na hem — had ook Er-

Op het toppunt zijner macht gekomen heet Erlangga: Maharadja Rake Haloe Z. M. Lokesjwara Dharmmawangsja Erlangga Anantiwikrama Oettoengadewa. Variaties op Erlangga zijn Jalalangga en Niralangga; alle = Waterslurper.

2) . Het beteekent Pinangpalmberg.

3) . Misschien is de ruïne van de zoogenaamde Tjandi Watoe Kelir op de Zuidhelling van den Penanggoengan in 1900 gevonden, er 't overblijfsel van.

4) . Is dat misschien = Wotan, in het oude landschap Bawerna, District Mantoep, afdeeling Lamongan, residentie Soerabaja? vraagt de heer Rouffaer in Notulen Bat. Genootschap 1909 pag. 181.

R. A. A. Kromo Djojo Adinegoro in 1915 regent van Modjokerto, wil de plaats zoeken in het Koetogirangsche (desa Mendek), waar men uitgestrekte fundamenten heeft gevonden terwijl op iy2 paal afstands de poorten van Djedong liggen. Tusschen Koeto Girang en Djedong moeten drie riviertjes overbrugd zijn geweest (in de afd. Modjokerto res. Soerabaja).

5) . Waarschijnlijk dezelfde stad als de res. van Mpoe Sindok. 8). Zie Poernawarman's werkzaamheid op dit gebied.

Sluiten