Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierdoor geraakte haar vader in groote moeilijkheden, daar nu blijkbaar de twee op haar volgende zoons zich beiden van de alleenheerschappij wilden meester maken. Overtuigd, dat er na zijn dood strijd onder zijn kinderen zou ontstaan, kwam Erlangga tot een besluit, dat hem veel moet gekost hebben, n.1. om de met zooveel inspanning verkregen eenheid van zijn rijk, zelve op te heffen en aan elk van zijn zoons een deel toe te kennen. Op uiterst indrukwekkende wijze werd, volgens de overlevering, de scheiding, bewerkstelligd. Een groot geleerde, Arja Bharad, die tot volkomenheid in ware kennis gekomen was en Abhijna (transcendente wijsheid) deelachtig geworden was,... „een toovermachtig leeraar" werd door den vorst uitgenoodigd de verdeeling tot stand te brengen. „Waar twee vorsten uit vijandschap jegens elkander den strijd begeerden, is ... aam ... (Bhajad) het ontstaan van (het land) Tjanggala genaamd, dat zich (thans) over Panjalu uitstrekt, te danken". Door de tooverkracht waarover de groote meester beschikte werd (bij het heiligdom te Kamal Pondok of Pradjnajaparamitapoeri) door middel van een kruik water uit den hemel de Kali Leksa te voorschijn gebracht, welke de grensrivier tusschen de rijken Kediri en Djanggala vormen zou. Een muur, de „ptnggir raksa" *) die op de helling of op den top van den Kawi begon, de Kali Leksa volgde, langs den Noordelijken oever van den Brantas van Oost naar West liep tot ongeveer het tegenwoordige Djoega, daar naar 't Zuiden omboog en ten slotte vermoedelijk tot aan het zeestrand reikte, voltooide de afscheiding tusschen beide rijken2). Zoo kreeg de eene zoon Djanggala, waarvan de kern in het Soerabajasche lag, de andere Kediri of Pandjaloe, dat naar zijn hoofdstad ook Daha (en Dahana) heette.

Deze vernietiging van zijn eigen levenswerk heeft Erlangga er vermoedelijk toe gebracht, zich verder uit de wereld terug te trekken.

!). D.i. „in staat van tegenweer gebrachte grens." Van dien muur, den z.g. Kawi muur zijn nog stukken over, n.1. bij de Kali Leksa, ten W. van den Brantas en ten Zuiden daarvan, op de grens dus van Malang in Pasoeroean en Blitar in Kediri. Zie het vernuftig artikel van Dr. F. D. K. Bosch „Kumbhawajrodakena enz." in T. B. Q. LVIII 6 pag. 429 en vlgg.

2). Zie voor dit en voor de opvolging van Erlangga: Van Stein Callenfels: Een Hypothese, in Oudheidkundig Verslag, 1918, le kwartaal, blz. 40 e.v.

Sluiten