Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Djanggala.

De eeuw, die op de regeering van Erlangga volgde (de tijd van ±1044 — 1144) is een der duisterste van Java's geschiedenis. Het nageslacht van den grooten Koning verzonk roemloos in het niet; slechts een enkele verschijning, zooals die van Djajabaja, den tegenwoordigen Javanen nog wel bekend door de hem toegeschreven profetieën, de vorst van Kediri, licht er uit op.

Van Djanggala, het Oostelijkste deel van Erlangga's gedeeld rijk, is al zeer weinig bekend, daar er slechts één oorkonde van spreekt. Over den omvang » van het rijk heeft men geen vaste gegevens, hoogstens kan men zeggen, dat het een deel van het tegenwoordige Soerabaja en Pasoeroean uitmaakte1). De hoofdstad was wellicht dezelfde als de eerste van Erlangga's rijk n.1. Wwatan Mas2), daar een der poorten in de afdeeling Modjokerto gevonden, nog in de 19e eeuw met den naam van: „ingang tot het verblijf (kraton) der oude vorsten van Djenggala" bestempeld werd.

Wij vermeldden reeds, dat Djanggala door een muur van Kediri was' afgescheiden. Of deze zich nog Noordelijker dan de Kawi uitstrekte en Djanggala ook verder afsloot, is niet zeker. Evenmin is het bekend, of de scheidsmuur aan zijn doel: een broedertwist te voorkomen, heeft beantwoord; waarschijnlijk was dat wel het geval en werden er vriendschappelijke betrekkingen tusschen beide verwante hoven onderhouden. Zooals wij zullen zien, huwde een prinses van Djanggala met een Kedirisch vorst.

Welke gebeurtenissen zich in het rijkje afspeelden, is niet bekend. Het viel zeer spoedig in verschillende, van elkaar onafhankelijke stukken uiteen, die vermoedelijk ontstaan waren door een verdeeling tusschen verscheidene kinderen van een der vorsten. Zoo kreeg men o.a. een verkleind Djanggala, Toemapei of Singosari (de streek rondom Singosari, bij Malang) en Oerawan. Sommige dier deelen, zooals Toemapei, kwam ten slotte in de macht van het aangrenzende sterkere Kediri. Andere stukken behielden nog hun vrijheid, totdat

Vier maal komt de naam Djenggolo in Sidoardjo voor. 2). Zie noot 4 op blz. 37 en het Oudheidkundig verslag 1915, le, kwartaal blz. 30. Ook wordt als hoofdstad aangewezen: Bakong Ngisor, destijds: Bengkoeng geheeten, bij de Porong rivier.

Sluiten