Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK.

Kediri

Daha

Pandjaloe.

Dit rijkje omvatte naar alle waarschijnlijkheid in de eerste plaats de tegenwoordige residentie Kediri, met toevoeging van 't Pasoeroeansche gebied Ngantang en met aftrek van de Noord-Westelijke en Zuid-Westelijke hoek, en ten tweede een deel van Madioen. Het is mogelijk, dat dit laatste stuk er niet bij hoorde gedurende Kediri's bloeitijd in het midden der 12e eeuw. Dat het er later stellig een deel van uitmaakte, bewijst wel het aantreffen van kratonoverblijfselen tusschen Madioen en Potiorogo (district Oeteran, afd. Madioen).

De hoofdstad Daha (of: Dahana) „bewonderd door de wereld" en „bezongen door het Volk" lag op de plek, waar zich nu de hoofdplaats Kediri bevindt. *)

Wij weten van het rijk van den tijd van Erlangga's verdeeling in 1042 tot ± 1100, niets af en na dien tijd slechts zeer weinig. Maar dit is wel zeker, dat Kediri zich zeer verdienstelijk maakte door het voortbrengen van vele dichters en schrijvers, zoodat „de tegenwoordige Javaan naar dat tijdvak (n.1. van Kediri's bloei) terugziet als de meest volkomen verwezenlijking van zijn romantische droomen"2). Zoo schijnt Koning Warsjadjaja (of Djajawarsja), die in 1104 leefde, een hofdichter Trigoeno (of: Managoena) gehad te hebben 3), die de schepper moet zijn geweest van het gedicht SoemanasantaTca en de Krisjnajana.

In 1116, 1129 en 1150 wordt op inscripties de naam genoemd van den Kedirischen vorst Kamesjwara I4) en het is gelukt5) in dezen vorst den beroemden, met zulk een voorliefde bezongen held Raden Pandji te herkennen. Hij was gehuwd met Ratoe Kirana (volgens de overlevering: Tjandra Kirana) een prinses uit Djanggala8), „met wie de vorst altijd op den gouden leeuwen-

1) . Van Stein Callenfels in Tijdschrift v/h. Bat. Genootschap afl. 5 deel 58 blz. 344 enz. „De inscriptie van Kandangan".

2) . Rouffaer op pag. 171 v/d. Ind. Gids 25e Jg. 1903.

3) . Zie Kroml's opstel: „Over dateering van eenige Kawi-geschriften" in Tijdschrift

v/h. Bat. Genootschap op blz. 508 van deel 57 afl. 6.

*). Er is nog een tweede vorst Kamesjwara geweest, in 1185 genoemd.

5). Aan R. Ng. Poerbatjaraka (Lesym) in: „Historische gegevens uit de Smaradhana" in Tijds. Bat. Gen. 58 pg. 461 en vlgg.

8). Haar vader heette Wajadrawa; of hij juist vorst en wel van Djanggala was, is niet zeker, doch wel waarschijnlijk.

Sluiten