Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

troon zit". Onder zijn regeering leefde Mpoe Dharmmadja, die de Smaradhana („de verbranding van den minnegod") dichtte en uit dit gedicht is de gelijkstelling van Koning Kamesjwara met Raden Pandji mogelijk gebleken1).

De Pandji-roman is waarschijnlijk niet lang na den dood van Koning Kamesjwara I samengesteld. Allerlei romantische avonturen worden erin meegedeeld, maar ook zou de held Bali hebben veroverd. Waarschijnlijk zal 't later nog blijken, dat de roman vele werkelijke gebeurtenissen heeft beschreven, al voegde de fantazie daar 't hare aan toe.

In de Wajang-gedog (waarbij meer Javaansche dan Hindoesche geschiedenissen vertoond worden) en in de maskerspelen is Pandji altijd een zeer geliefde figuur gebleven.

In 1135 2) noemt een inscriptie den beroemden Djajabaja, (wiens kraton Mamenang — volgens de Javaansche verhalen —men wellicht terugvindt „in den naam der tegenwoordig in de desa Goerah op ongeveer 6 paal afstands van Kediri gelegen suikerfabriek Menang"3), onder wien de Oud-Javaansche letterkunde op het toppunt van haar bloei stond. In zijn tijd leefden Mpoe Sedah en Mpoe PanoeIoe|J die de Bharatajoeda dichtten (1157), een vertaling van een deel van het Sanskritsche Mahabharata4). Tegelijkertijd bewerkten zij het gedicht zoo, dat het tooneel van den strijd, die zich in Voor-Indië afspeelde, naar Java werd overgebracht en dat de Hindoesche helden Javanen werden, hetgeen er stellig toe meewerkte, om het gedicht grooten opgang te doen maken, en wat tot gevolg had, dat men de er in optredende helden later als de stamvaders van aanzienlijke Javaansche geslachten is gaan beschouwen. Specifiek Javaansch in het gedicht is, dat de helden er allen volgelingen, trouwe panakawans, op na houden, die ook in de wajang zulk een groote rol spelen en die we ook in de beeldhouwkunst zullen zien optreden. Het is een Aanwijzing voor den steeds toenemenden invloed van den Javaanschen geest, die den Hindoeschen op zij streefde en tenslotte overheerschte. Welke treffende daden Koning Djajabaja heeft verricht, zoo indrukwekkend, dat hij nog heden als de komende stichter van een messiaansch rijk, waarin alle Javanen gelukkig en machtig zijn zullen, wordt beschouwd, weet men niet. De historie is in haar mededeelingen over den ongetwijfeld grooten Koning, zeer karig.

Zoowel Djajabaja was Wisjnoeiet, als de verschillende andere Koningen, die na hem kwamen, waarvan bijna niets anders bekend is dan de namen. Aan het slot van hun Koningstitel komt bij allen steeds „digjajottoengadewa" voor,

!). De naam Kamesjwara beteekent: „Heer der Liefde". In de Romans treedt Raden Pandji, zooals. bekend is, als een «Chte Don Juan op. (Poerbotjaraka pag. 485 van het in noot 5 vorige biz. genoemde artikel).

2) . Een jaartal, dat, vreemd genoeg, tusschen die van Kamesiwara I (1116, 1129 en 1150) in ligt. De oplossing hiervan is nog niet gevonden. (

3) . Van Stein Callenfels in het «p in noot 1 vorige blz. genoemde artikel, blz. 347. *) Dit Oud-Javaansche gedicht volgt het Sanskrit-originesl, het nieuwer Jav. echter

is iets geheel anders. Panoeloeh vervaardigde ook nog het gedicht: „Hariwangsja". 2Ste Krom in het genoemde artikel T. S. 'Bat. Gen. Dl. 57 afl. 6.

Sluiten