Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

Anoesapati (of Noesapati en Anoesanatha). 2e Koning van Toemapei ( Singosari). 1247 -1248.

Ken Dèdès verried niet, -dat haar zoon den dood van den Koning op zijn geweten had, zoodat hij, de eerstgeborene, zonder aanstoot te geven, kon opvolgen. Zijn onderdanen hielden zich rustig en waren onderdanig en gehoorzaam, maar toch heeft Anoesapati slechts kort van het gezag kunnen genieten: zijn misdaad bleef niet verborgen voor een zijner stiefbroeders, Tohdjaja, en deze vatte dadelijk het plan op zijn vader te wreken ...... door een nieuwe misdaad. Anoesapati wist, dat Tohdjaja de ware toedracht van den moord had vernomen en kende nu geen rust meer; dag en nacht vreesde hij een aanslag. Allerlei maatregelen trof hij om den dreigenden dood verre te houden: hij zette overal vertrouwde personen op post, hij liet het erf van het paleis nauwkeurig bewaken en om zijn slaapplaats een vijver graven. Dit alles scheen volstrekt niet juist tegen Tohdjaja gericht en voor het uiterlijk gingen hij en Anoesapati als vrienden met elkaar om. Van deze omstandigheid moest Tohdjaja gebruik maken. Hij kende Anoesapati's hartstocht voor hanengevechten en dit gaf hem gelegenheid om zijn slag te slaan. Eens op een dag kwam hij met zijn vechthaan onder den arm naar Anoesapati toe en vroeg om Gandring's kris. De Koning zelf kon het best weten, wat dit beteekende, maar toch gaf hij haar en Tohdjaja, zijn eigen wapen weggevend, stak ze in zijn gordel. Toen verzocht hij zijn broeder hunne hanen tegen elkaar te laten vechten en Anoesapati stemde daarin toe. De Koning liet zijn kooimeester zijn klophaan halen en zei, er als 't ware in berustend, dat zijn noodlot onontkoombaar was: „Kom, broeder, laat ons het maar meteen doen". Zelf deden zij elk hun haan 'de vechtsporen aan en de dieren gingen op elkaar los. Ze waren tegen elkaar opgewassen en dit maakte den strijd zóó spannend, dat Anoesapati er totaal in verdiept raakte en zelfs vergat, dat hij in levensgevaar verkeerde. Dit oogenblik nam Tohdjaja waar en hij doorstak den Koning.

Gandring's kris had haar vierde slachtoffer gemaakt.

Anoesapati werd bijgezet in een graftempel te Kidal1) waar hij, Sjiwaiet evenals zijn stiefvader, werd afgebeeld als Sjiwa (1248).

1). Af deeling Malang, district Pakis.

Sluiten