Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brahmaan antwoordde: „Verbergt gij U maar liever eerst, jongens". Zij waren zoo verstandig naar dezen raad te luisteren en verstopten zich bij Pandji Patipati, die blijkbaar als aanhanger van de Arok-Dèdès-partij bekend stond. Lemboe Ampal zocht hen daardoor tevergeefs en toen de opdracht dus niet uitgevoerd werd, verdacht Koning Tohdjaja er Lemboe van met de prinsen samen te spannen. Daarom liet hij een aanslag op diens leven plegen, waarop deze, die 't ontkwam, vluchtte naar Pandji Patipati, waar hij de prinsen aantrof. Eerst moest hij een eed afleggen, dat hij geen kwaad meer tegen hen in den zin had en toen dat was geschied, sloot hij zich van harte bij hen aan. Hij stookte nu de aanhangers van Arok-Dèdès tegen die van Tohdjaja op, wat dadelijk resultaat had; voortdurend kwam hun vijandschap tot uitbarsting en daar dit maar niet ophield, liet de ongeduldig geworden Koning de hoofden van de partijen dooden. Dit ontstemde de anti-koningspartij geweldig en voor Lemboe was 't nu licht werk deze menschen voor de beide prinsen te winnen, die zich daarop aan hun hoofd stelden. Er werd besloten een aanval op de Kraton te doen: ze maakten amok en Tohdjaja schrok daarvan zóó hevig, dat hij hals over kop vluchtte. Hij liep slechts een speerwond op, maar maakte door zijn tacteloosheid, dat er nog dienzelfden dag een eind aan zijn leven werd gemaakt. Toen hij n.1. heimelijk in een draagstoel naar Katang Loemboeng werd gevoerd, raakte de sarong van een der voorste dragers los, zoodat zijn kleedij weinig doel meer trof. De Vorst, hoewel geheel afhankelijk van den trouw van zijn volgelingen, maakte hierover een weinig kiesche opmerking, zoodat de beleedigde drager den Vorst afmaakte. Toen men te Katang Loemboeng aankwam, was de Koning dood. Op die plaats werd hij bijgezet1).

Van Gandring's kris is noch hierbij, noch bij andere gelegenheden sprake meer. De voorspelling dus dat zeven Koningen er door sterven zouden, is niet uitgekomen. Evenmin is dat het geval met de voorspelling dat K. A. den heelen toestand op Java zou veranderen. Zijn verrichtingen beperken zich slechts tot Toemapei en Daha, vijftig jaar na hem wordt, gelijk wij zien zullen, Toemapei toch weer door Daha onderworpen.

Sluiten