Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een nog veel onverantwoordelijker daad, tot zware beleediging van den Keizer van China, n.1. in den persoon van diens gezant, zoodat er op de mededeeling1), dat hij volmaakt zou zijn in de zesvoudige (?) staatkunde tegenover het buitenland wel iets'valt af te dingen. Het had groote gevolgen, welke hij evenwel niet meer beleefde, daar hij reeds door eigen schuld ten onder was gegaan.

Zooals wij weten had Kartanagara reeds van 1254 af aandeel in de regeering zijns vaders gehad; na diens dood in 1268 regeerde hij alleen. Zelf heeft Kartanagara, voorzoover wij weten, nooit een zoon bezeten; wel had hij vier beeldschoone dochters, van wie er een huwde met Raden Widjaja, den klein-, zoon van Narasinga, (den neef en mederegeerder van Koning Wisjnoewarddhana). Een ander was gehuwd met Arddharadja, zoon van 's Konings vazal te Daha = Kediri, Djajakatwang geheeten.

Kartanagara heeft de macht van 't rijk zoowel op als buiten Java uitgebreid. Al in 1270 onderwierp hij een zekeren Bhaja (of Caja) radja (waar ?) en vijf jaar later liet hij zijn beste troepen naar Soematra trekken met opdracht daar veroveringen te maken.

Op Soematra waren reeds sinds de 8e eeuw Hindoes gevestigd, die daar evenals hun landgenooten op Java, de heerschappij in handen hadden gekregen. Reeds op het eind der 10e eeuw waren de Javanen met hen in aanraking gekomen en hadden zij Palembang op hen veroverd (992), zooals reeds is meegedeeld. De expeditie van Kartanagara richtte zich naar de Batang Hari districten en Noord-Westelijker gelegen Minangkabausche streken, waar mét Pagarroejoeng (bij het tegenwoordige Fort van der Capellen) als middelpunt een Hindoeheerschappij bestond. De Javaansche troepen kwamen pas in 1295, na groote verliezen te hebben geleden, voorzien van eenige buit, hiervandaan terug. Toch was de Minangkabausche Vorst vazal van Java gemaakt, naar het schijnt2).

In 1280 volgde de onderwerping van Mahisa Rangkah (een onbekende) en in 1284 werd een krijgstocht naar Bali ondernomen, die met de onderwerping van het eiland eindigde8). De Vorst kwam, gevangen meegevoerd, den Javaanschen opperheer zijn hulde brengen.

Volgens de Nagarakertagama bewezen ook Pahang op 't Maleische Schiereiland, Gorong (de Goram Archipel, Oostelijk van Ceram, of: Noesa Penida tusschen Bali en Lombok) en Bakoelapoera (= Tandjoengpoera, in Z.W. Borneo, hoofdstad van Matan) Kartanagara hulde. Van Soenda, Madoera

*•). Ook in de Nagarakertagama.

8). Reeds in 1286 zond Kartanagara een Boeddhabeeld naar Soematra, dat te Dharmasjraja (= Sigoentoer, Rouffaer in Bijdragen K. I. 74 pag. 165) werd opgesteld, tot vreugde van heel Melajoe en vooral van Vorst Mauliwarmmadewa. Er bestond dus een voor Kartanagara gewenschte verhouding met Soematra, hetgeen op vazaliteit wijst. Bovendien kwam de expeditie met twee prinsessen uit Soematra op Java terug.

8). Dit was vermoedelijk voor de tweede maal, zie blz. 31 bij Sindok.

Sluiten