Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Djajakatwang zoo tegen mij zijn; hij is immers met mij op goeden voet", en er werden geen maatregelen tot verdediging getroffen. Eindelijk voerde men tot den Koning eenige lieden, die met de Dahasche troepen in botsing gekomen, gewond waren en nu beval de Koning zijn bevelhebber en schoonzoon Raden Widjaja en zijn anderen schoonzoon, den Dahaschen Arddharadja met alle troepen, die er in Singosari waren tegen de Dahaƫrs op te trekken. En na deze maatregel keerde de Vorst tot zijn palmwijn terug. Zoo had Djajakatwang zich juist den gang van zaken voorgesteld. Hij liet nu zijn keurtroepen heimelijk zonder eenig gedruisch of vertoon langs den onbewaakten Zuidelijken weg naar Singosari marcheeren. Geheel onverwachts drongen zij de stad en 't paleis binnen, waar zij den Koning met zijn rijkbestierder aan het drinkgelag vonden. In een oogwenk waren beiden gedood en werd de kraton vermeesterd.

Sluiten