Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Kertaradjasa Djajawarddhana. Eerste Koning van Madjapahit 1291—1309.

Nadat Koning Kertaradjasa Djajawarddhana den troon van Madjapahit had beklommen, verdween alle onrust uit Oost-Java: de Vorst vereenigde de rijken Kediri (of Daha) en Djanggala (of Toemapei, ook Singosari), die tevoren telkens niet elkander om den voorrang gestreden hadden. Deze werden nu twee gelijkwaardige onderdeelen van zijn rijk, waarin Madjapahit, de nieuw gestichte residentie, de overheerschende positie innam. Het spreekt vanzelf dat deze jeugdige stad spoedig in omvang toenam en van allerlei gebouwen werd voorzien. Wij zullen verderop zien hoe eenige tientallen jaren later het voorkomen van Madjapahit geworden was.

De Vorst toonde terstond aan vele zijner vroegere helpers en getrouwen zijn dankbaarheid: Wiraradja verwierf als „rakryan mantri" de aanzienlijkste positie in het rijk na den Koning en kreeg, alhoewel onder opperheerschappij van Kertaradjasa, een deel van Java en wel het meest Oostelijk gelegene1), te besturen, 's Konings medezwervers in zijn hachelijke omstandigheden werden eveneens beloond: Sora en Rambi, Wiraradja's zoon, kregen hooge posten; aan Rangga Lawé werd het ambt van rijksbestierder in uitzicht gesteld. Aan het dorpshoofd van Koedadoe, dat den toenmaligen Raden Widjaja in diens uitersten nood, met al het mogelijke had bijgestaan, werden alle gronden van Koedadoe erfelijk tot in lengte van dagen geschonken, gelijk een oorkonde, in 1294 uitgegeven, ons heeft overgeleverd.

Om te maken, dat alle aanspraken op den troon in zijn hand alleen vereenigd waren, huwde de Koning met alle vier dochters *) van Vorst Kartanagara. Van deze „goddelijk-schoone" prinsessen was de derde Pradjnaparamita, de Radjapatni, de meest invloedrijke. Langen tijd, ook na den dood van haar man, speelde deze krachtige vrouw een groote rol aan het hof: 't beleid der staatszaken was voor een deel aan haar toevertrouwd *). Haar positie is te verklaren,

1) . In zijn geheel waarschijnlijk Loemadjang geheeten; het latere Balambangan, naar men meent. Zie blz. 73.

2) . Met een moet hij reeds veel eerder gehuwd zijn geweest, zooals reeds is meegedeeld. Zij heetten: Paramesjwari Triboewana, de oudste, 2e Mafiadewi (ook dyah Soehita), 3e Pradjnaparamita en 4e Gajatri.

8). Het is mogelijK^dat Zij behalve door haar karakter ook door geboorte, b.v. als dochter van de voornaamste gemalin van Kartanagara een positie boven hare zusters innam.

Sluiten