Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP SOEMATRA.

Palembang; (in 1377 veroverd.) *) Djambi;

Tebo, Boven Djambi (Teba);

Poelau Poendjoeng en Singoentoer, in de Batang Hari districten. (Dharmasjraja);

Kandis, aan den rechteroever der Sinamar, ten Noorden van Boeo, negari

Loemboek Djantan; Kawai, tusschen Kandi en de negari Tandjoeng, aan den anderen kant van de

Boekit Marapalam (gerekend van uit Fort van der Capellen); Minangkabau (Manangkabo);

de streken om de Kampar, Rokan en Siak, in de residentie Oostkust van Soematra;

Panei, bij Siantar, in de residentie Oostkust van Soematra, (Pane); Poelau Kompei „ „ » (Kampe);

(H)aroe Kaap in 't Noorden van de Oostkust van Soematra; Tamiang, dicht bij Haroe, in Atjeh;

Parlak; i njet meer bestaande rijkjes in

Samoedra bij Lho Seumawé l het Noorden yan Atjeh Lambri (Lamoeri) )

Padang Lawas of Gajoe Loeös — onzeker — op de Westkust van Atjeh (Lwas);

Barat, in 't Westen van Atjeh of == West-Tapanoeli2). Baros, aan de kust van Tapanoeli (Baroes); Mandailing in 't Zuiden van Tapanoeli (Mandahiling); de Lampongs (Lampoeng);

Bantan, moet een landschap op Sumatra geweest zijn, maar is onbekend.

Men zal opmerken, dat de omvang van het Madjapahitsche gebied ongeveer overkwam met dien van Nederlandsch-Indië tegenwoordig, als men daar Malaka en Britsch-Borneo aan toevoegt en er West-Java afneemt.

1) . Dat die verovering in 1377 plaats greep, wordt ons van Chineesche zijde bevestigd. Na deze gebeurtenis vroeg en kreeg de overwonnen vorst van Palembang een acte van aanstelling van den Chineeschen.Keizer, bij wien de stad steeds hulp zocht. Begrijpelijk is het, dat de Javanen te Palembang de Chineesche gezanten, die er met het gezegelde stuk in 1379 arriveerden, bespotten en doodden. De Keizer, die niet op de hoogte van den toestand was geweest, nam er geen aanstoot aan en eischte van Java geen genoegdoening.

2) . Dit laatste, een veronderstelling van den heer A. Meyroos, berust op het feit, dat men in de omstreken van de baai van Tapanoeli, de eenige natuurlijke uitgang van de hoogvlakte, het instituut der Koeria's heeft, evenals bij de baai van Baros. Op de hoogvlakte komt dit niet voor. Vermoedelijk is het een instelling van vreemden (Madjapahitschen?) oorsprong, daar de Bataks zelve er te democratisch voor zouden zijn.

Sluiten