Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de stranddistricten oefenden Gouverneurs het bewind uit. Daar zij in de eerste plaats voor den zeehandel te zorgen hadden, zullen de douanebeambten onder hen gestaan hebben.

Er worden nog andere ambtenaren genoemd, zooals een rijksbouwmeester, aan wien 't herstel en de oprichting van rijksgebouwen opgedragen was. Een volledige lijst van staatsdienaren echter geeft Prapantsja ons niet. Als salaris kregen zij (allen, waarschijnlijk) producten van domeingronden van den Vorst, immers, zij werden als eigen dienaren des Konings, niet als staatsambtenaren beschouwd.

Het bestuur over de residentie Madjapahit was aan vijf personen toevertrouwd.

Deze stad was ten tijde van Hajam Woeroek met een dikken en hoogen baksteenen muur omringd, die verschillende poorten bezat »)• Was men die aan de Westzijde binnengegaan, dan kwam men op de aloen-aloen, waaromheen een verhoogd voetpad liep, beplant met schaduwrijke wanngins. Daaronder stonden de ambtenaren geposteerd, die zorgen moesten, dat alles op de aloen-aloen met orde geschiedde. Aan de Noordzijde van 't plein (aloenaloen) bevond zich de hoofdpoort met ijzeren deuren, die versierd waren met allerlei figuren. Hier dichtbij (afgescheiden van de aloen-aloen? *) bevond zich de groote markt, die met dicht aaneenstaande gebouwen overdekt was. Dit was ook het terrein, waar ééns per jaar de groote legervergadering gehouden werd, waarop den soldaten hun plichten (vooral die van niet te rooven) en de voorschriften werden ingescherpt.

Begaf men zich naar het Zuiden, in de richting van 't paleis 2), dan kreeg men een tweede plein voor zich, het tournooiveld, waarop de „bangsal mangoentoer" 3) lag een verhoogde vloer, die in 't midden een overdekte koepel bezat, waaronder de Koning plaats nam, als hij naar de spelen op het veld kwam kijken Hier bevond zich ook de wachthal voor de geleerden en de ministers, eer zij ter audiëntie opgingen. De Oostzijde van het plein scheen voor Godsdienstige doeleinden gereserveerd te zijn. Daar lagen de dispuuthal der Sjiwaïetische en Boeddhistische geestelijken, de ófferplaatsen met de daarbïj

i) Praparrtaja's beschrijving der stad is niet zeer duidelijk, zoodat de vertalingvan prof Kern - dikwijls onzeker is. Wij moeten aannemen, dat de aanleg van de kraton, d a en-aloen, enz. ongeveer dezelfde is als ^ie van Solo ^^J^T^ Vergelijk noot 2 blz. 19 voor de kratonrestes op den D.eng De ruinen van MadTapahit zijn nog niet voldoende onderzocht; als dat gebeurd >s zullen wn ons wetcM de situatie der verschillende bouwwerken beter ^n™^*?™ £ voor de kraton van Solo: Tijdschrift v/h. Bat. Gen. LVI1 afl. 4 pag. 305 e.v. De kraton van Soerakarta in het jaar 1915", door Victor Z.mmerman, met 2 platen en 3

Pl3t Noot°vfnni919. Zie vooral Dr. Krom's uitgaVe (van 1919) van Prof. Kern's vertaling van de Nagarakertagama, waarin een plattegrond van de stad Madjapahit.

*) De javaansche vorstenhoven zijn steeds streng Noord-Zuid gericht. Rouffaer. in- De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië enz. I pag. 106 noot 6). ' s) 0f Sitinggil. Hiervan is nog iets over op het terrein van Madjapahit.

Sluiten