Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijden, voornamelijk in de 14e eeuw gebouwd. In de buurt van den hoofdtempel is onlangs een zoogenaamd naga-tempeltje, waaromheen zich een groote gebeeldhouwde slang slingert, weder opgebouwd.

Tjandi Toempang of Djago — waarin Wisjnoewarddhana werd bijgezet — is een der mooiste tempels van Oost-Java geweest, waarvan de bouw met die Vin Tjandi Panataran overeenkomt. De tempel is aan Amoghapasja gewijd, maar eigenaardig is, dat dit alleen blijkt door eenige Boeddhistische beelden, die er in geplaatst werden. Bouwtrant en versiering verschillen in niets van de Sjiwaïetische stichtingen. Ook hier zijn fabels en verhalen uit bekende verzamelingen (o.a. Tantrio verzameling) en tooneelen uit het MahabhSrata, zooals de bruiloft van Ardjoena, afgebeeld. Het Boeddhisme uitte zich dus in zijn opleving der 13e eeuw zeer bescheiden en sloot zich, haast ondergeschikt, bij het Sjiwaisme aan. De beelden echter, die 't Boeddhisme voortbracht, waren van buitengemeene schoonheid en werden ongetwijfeld, gelijk vroeger ook was geschied, weder uit Voor-Indië geimporteerd en evenals in den ouden tijd moeten Voor-Indische kunstenaars en werklieden met de beelden mee gekomen zijn. De Vorsten van Singosari en Madjapahit, van wie er zoovele Boeddhist waren, zullen wel alleen in staat geweest zijn zulke kostbare bestellingen te doen en vreemdelingen te laten uitkomen').

Het volk, in 't algemeen genomen, bleef zich ook in dezen tijd, bij het Sjiwaisme houden.

Een der schoonste voortbrengselen van deze Boeddhistische kunst is afkomstig van de Tjandi Singosari, de Godin der Wijsheid Pradjnaparamita voorstellend, wier alwetendheid zoo volmaakt op 't gelaat en in de houding is uitgedrukt.

Zulke schoone kunstwerken moeten een opwekkenden en versterkenden invloed op andere kunstenaars hebben uitgeoefend. Voortreffelijk in zijn soort is b.v. ook het beeld van Doerga, Sjiwa's strijdvaardige gemalin, en dat van Ganésja, hun zoon, als olifant gedacht, welke beelden beide ook te Singosari zijn aangetroffen. Een der best bewaarde tempels treft men in Pasoeroean in het. district Pakis aan, de Tjandi Kidal, die verschillende versieringen,, zooals garoeda's en singa's vertoont, die haar misschien tot een Wisjnoeietische tempel stempelen. De verschillende andere ornamenten zijn evenals de genoemde zeer fraai uitgevoerd.

De genoemde tempels en beelden dateeren waarschijnlijk alle uit den bloeitijd der Oost-Javaansche bouw- en beeldhouwkunst, n.1. uit de laatste helft der 13e en 't begin der 14e eeuw, toen Singosari bloeide en Madjapahit opkwam. Twee kunstinrichtingen, die in de wijzen der ornamenteering verschillen, heeft men voor deze jaren kunnen onderscheiden; beide kenmerken zich door fijne afwerking der versiering, door iets zeer beschaafds, dat zelfs aan monsters, die schrik moeten inboezemen een zachtaardig, hoewel volstrekt niet slap, uiterlijk

J). De Boeddhistische beeldjes in brons en edel metaal vertoonen een geheel Voor-Indisch kaïaktei (Krom, Rapport Oudh. Dienst 1912 pag. 77).

Sluiten