Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huwen met haar naasten mannelijken bloedverwant, met Bhre Kahoeripan, Ranamangala's zoon, en dat zij dan Koningin zou worden. Vreemdsoortig was deze regeling zeker, want daar Soehita geen prinses van den bloede was, moest haar echtgenoot koning worden, indien zijn moeder een prinses was en was deze dat niet, dan maakte hij als zoon van die bijvrouw de rechten van Soehita op den troon in geenen deele sterker. Hoe het zij, Bhre Kahoeripan werd prins-gemaal en kreeg den naam van Ratnapangkaja, met den titel van Bhre Paramesjwara.

In de Koninklijke familie verwekte Wikramawarddhana's vreemde troonsregeling begrijpelijkerwijs tegenstand en nauwelijks besteeg Soehita werkelijk in 1400 den Madjapahitschen troon of Wirabhoemi verzette zich openlijk tegen haar; als nu toch geen kinderen van selir's uitgesloten werden van de regeering, kon hij als zoon van Hajam Woeroek meer rechten doen gelden dan Soehita en boven hem zelf zou een zijner dochters, gesproten uit zijn huwelijk met een prinses van den bloede n.1. met Koning Wikramawarddhana's oudste zuster, nog meer gerechtvaardigde aanspraken bezitten.

Het verzet kreeg een zoo gevaarlijk karakter, dat Wikramawarddhana, die reeds een kluizenaarsleven was aangegaan1), op zijn besluit moest terugkomen, wilde hij de kroon voor zijn geslacht behouden. In 1401 beklom hij dus weer den troon van Madjapahit en moest toen terstond den strijd tegen Bhre Wirabhoemi aanbinden.

Veel steun van zijn familieleden ondervond Wikramawarddhana aanvankelijk hierbij niet en dit was zeer natuurlijk. Zijn schoonzoon was — indien een „echte" prins — er hem stellig niet dankbaar voor, dat hij zich met de positie van prins-gemaal had moeten vergenoegen en was hij geen prins van den bloede, dan zou hij bij den dood des Konings toch in de familie van vrouwen (de andere leden waren: zijn vrouw, zijn twee tantes en drie nichtjes) een voorname positie innemen. De oudste broer van Soehita zou bij een nederlaag van zijn vader eer voor- dan achteruit gaan, doordat hij getrouwd was met een dochter van Bhre Wirabhoemi.

De zaken verliepen in den beginne voor Wikramawarddhana dan ook

niet gunstig.

Toen tenslotte zijn oudste zoon en schoonzoon hem toch te hulp kwamen, behaalde hij succes. Zijn troepen drongen in 1406 Wirabhoemi's gebied binnen en richtten op de markt der residentie een groote slachting aan, waarbij ongelukkigerwijs ook honderd zeventig Chineezen omkwamen, die deel uitmaakten van een gezantschap, door den Chineeschen Keizer naar Wirabhoemi den „Oostelijken Koning", afgezonden 2).

Het water steeg Wirabhoemi tot de lippen en hij besloot op een schip des

1) . Waarschijnlijk op het eiland Bali. Zie Rouffaer in Bijdragen Vle volgreeks — zevende deel — 1900 — blz. 289/290. Noot 2.

2) . Hierover bood Wikramawarddhana zijn verontschuldigingen bij den Keizer aan. Hij kreeg een strenge bestraffing en werd veroordeeld tot het betalen van een groote boete. Toen een deel betaald was, werd de rest hem kwijt gescholden.

Sluiten