Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prabpe Wanggi's opvolger was Praboe Niskala Wastoe, die in de veste Kawali heerschte, het verblijf Soera Wisesa (?) verfraaide, een gracht liet maken rondom de stad en 't geheele land bevestigde. Van onderhoorigheid aan Madjapahit na de slachting der Soendaneezen, is, gelijk reeds werd gezegd, niets te bekennen. De Vorst trok zich als heremiet terug op de „astana gede" te Kawali; later ging hij wonen op Noesa Larang (= Kambangan), waar hij begraven werd. Na hem kwam Rahyang Dewa Niskala, die bijgezet werd op de Goena Tiga in Galoeh. Deze vorst was de vader van Sang Ratoe Dewa of Radja Poerana, den stichter van een nieuwe hoofdstad Pakoean (de stad der boomvarens), die in 1433 gebouwd werd in de buurt van het tegenwoordige Buitenzorg (n.1. vlak bij het station Batoetoelis). Het rijk, waarvan Poekoean de hoofdstad werd, heette Padjadjaran. Het is mogelijk, dat dit ,rijk zelf reeds eerder bestond. Volgens de overlevering zou het door een vorstenzoon uit Oost-Java, Koeda Lalean geheeten, reeds eerder gesticht zijn. Deze zou opgevolgd zijn door zijn jongsten zoon, daar de oudste naar Voor-Indië was gereisd, vanwaar hij, Mohammedaan geworden, terugkwam. De bekeerling, Hadji Poerwa genaamd, probeerde zijn koninklijken broeder ook tot den Islam over te halen, tevergeefs echter. Wel moest de vorst naar Bogor (Buitenzorg) verhuizen, maar Hadji Poerwa moest toch uitwijken naar Cheribon, waarna men niets meer van hem verneemt. Of deze geschiedenis op ware gebeurtenissen gegrond is, valt niet te zeggen.

Sang Ratoe Dewa of Radja Poerana nu, kan uit Galoeh tot den troon van Padjadjaran geroepen zijn door den daar regeerenden vorst Sang Soesoek Toenggal (wiens graf even ten N.W. van den Batoetoelis ligt, bekend als dat van Embah Mangprang) indien deze b.v. geen nakomelingen h'ad nagelaten. Zekerheid bestaat hierover volstrekt niet, daar men niet weet, uit welken tijd het graf dateert. In ieder geval liet Sang Ratoe Dewa in 1433 een nieuwe kraton, Sri Bima Poenta Narajana Madoera Soeradipati geheeten, te Pakoean bouwen, waarop het rijk Pakoean-Padjadjaran kwam te heeten. Het paleis was door een muur omgeven1) en ten Noorden ervan lag, onmiddellijk er aan grenzend, de stad zelf.

De „beschreven steen", (waarnaar het erbij liggend plaatsje genoemd is) bevat o.a. de mededeeling, dat Sri Badoega Maharadja, Koning te Pakwan Padjadjaran, later geheeten: Zijne Majesteit Sang Ratoe Dewata, twee meren liet aanleggen, dat der „vreugde" en dat der „groote overwinning". Men houdt het er voor, dat hiermee de twee bassins van de bekende badplaats Kota Batoe,2) niet ver van Batoetoelis gelegen bedoeld zijn.

De grondslagen van een wal heeft men teruggevonden tusschen de Tji Sadane, de Tji Pakoe en de Tji Haliwoeng; het station Batoetoelis ligt in 't omsloten gebied. Zie bijgaand kaartje. In 1690 vond Winkler er nog een hof met borstwering van keisteen en aarde, een steenen vloering en zeven waringin boomen (die op de aloen-aloen stonden?)

2). Deze is in elk geval door Hindoes aangelegd.

Sluiten