Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het huwelijk zal poëtiseeren, alleen maar om tegen het Katholieke coelibaat te kunnen schimpen. 1) Daar, in dat „Paradijs der Dwazen", bevinden zich „al de onvoltooide werken der natuur", monsterlijk, onvoldragen en onnatuurlijk, embryo's, idioten, kluizenaars — deze waarschijnlijk slechts als Katholieken — monniken, wit, zwart en grijs „met al hun dwaasheid". Verder Empedokles (de filosoof), Cleombrotus (Socrates' vriend), zotten, pelgrims en Babylonische torenbouwers, kort gezegd, alles wat niet tot de kerk van Milton behoort.

Merkwaardig is hier vooral de zelf-aansprakelijkheid van „Natuur" voor hare onvoldragen werken! De egocentrische, redelooze mensch vermag niet „slecht" en „goed" als betrekkelijkheden te onderkennen, even zoomin ook „volmaakt" en „onvolmaakt". Onbewust zijn God geschapen hebbend naar zijn beeld, heeft hij „Gods goedheid" naar eigen maat gemeten, naar eigen snit versneden en is het hem onmogelijk „goed" en „kwaad", „volmaakt" en „onvolmaakt" in Gods eene wezen samenvallend te voelen. Dies moet het kwaad door den Duivel uit den mensch, het „onvoldragene en onvolkomene" uit „Natuur" afkomstig zijn, waarbij dan weer ongemerkt Gods almacht hem als door een achterdeur ontloopt. Het karakteristieke streven van de Protestanten en Jansenisten der zeventiende eeuw, waarop we reeds wezen bij Pascal, om gelooven en denken te verzoenen, leidt hier als overal tot dezelfde verwarring en innerlijke (onbewuste) tegenstrijdigheid, die juist het tegendeel weer is van het bewustzijn der tegenstrijdigheid in de Eenheid, als het resultaat van het denken.

Duidelijk openbaart zich in Miltons bladzijden-lang

') Reeds Pierre Bayle (zelf Protestant) is in zijn „Nouvelles de la République des Lettres" tegen dat exalteeren van bet huwelijk door Protestanten als tegen een smakeloosheid opgekomen.

Sluiten