Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldus Sokrates — vrij is slechts hij, die waarlijk weet dat hij onvrij is — aldus Spinoza! Het Recht van den Sterkste is dus in Spinoza's opvatting het recht van den Uitnemende, van hem, die door de Rede wordt geleid, elk is „sterk" zoover als zijn redelijkheid gaat. Hoog schat ook Spinoza dat vermogen niet. Deze zelf zoo vlekkelooze en voortreffelijke geloofde noch in den „vrijgeschapen wü", noch in de „zedelijke hoogheid" van den mensch; de blinde, matelooze zelfverheffing, de matelooze minachting voor den „zondaar" die den maatschappelijken moralist van alle tijden kenmerkt, was hem volkomen vreemd — diep doordrongen voelde hij zich van de onvolkomenheid der menschelijke natuur en van de noodzakelijkheid zich onderling te verstaan tot onderling behoud. Doch daar hij redelijk was en bovendien niet tot een kerkelijken of staatkundigen groep behoorde, waarin hij voordeel en eer genoot, maar de noodzaak eener zoo groot mogelijke vrijheid gevoelend, alle maatschappelijk eerbetoon, 't welk banden knoopt en verplichting maakt, juist uit den weg ging (denk aan het Heidelbergsch professoraat en aan de hem vermaakte, door hem afgewezen erfenis, aan zijn eenzaam, afgezonderd, buiten-maatschappelijk leven, zoo verschillend van Hobbes' leven) daarom kon bij, dorst hij, dan ook de rechte consequenties uit zijn eigen stellingen trekken — maar daarom is het te merkwaardiger in dezen vrijen en edelen geest toch nog de trekken van autoriteitsgevoel en maatschappelijk utiliteitsbesef aan te treffen, die hier dus in hun zuiverheid boven elke verdenking staan van te zijn ingegeven door vrees of belang.

Macht is Recht — Macht is Vrijheid. Vrij is die redelijk, slaaf is die onredelijk is — onze macht gaat zoo ver als onze wijsheid gaat — God is de volmaakte macht en de volmaakte wijsheid. Daarom kan geen koning, mensch-zijnde, alle recht

Sluiten