Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te worstelen zal hebben, tot op en ver voorbij den huidigen dag. Maar we zijn nog pas aan den dageraad, in het begin van de achttiende eeuw.

Voor Fontenelle echter geldt reeds, wat Lessing later zoo bewust en scherp zal formuleeren — dat in het zoeken, niet in het weten het ware geluk, de ware vreugde is. Degenedie, tot andere functie geboren, anders is ingesteld, kan zich een leven zonder stelligheid, zonder „geloof" en „hoop" niet dan als een gruwel denken — maar wie tot geen stelligheid is geboren, omdat juist bij middel van zijn twijfel het Absolute tot zichzelf zoekt te komen, zal derhalve ook geen stelligheid behoeven. De zeventiende-eeuwer behoefde tot zijn functie de stelligheid zóó onverbiddelijk, dat een absurd bescheid hem liever was dan géén bescheid, gelijk Pascal dat erkent en uitspreekt, waar hij den lof verkondigt van de „Christelijke religie", die op elke vraag een antwoord klaarliggen heeft. En nog immer hoort men de aanhangers van kerken en secten tegen elkander in snoeven over het meer of minder „troostrijke" van hun onderscheidenlijke leeringen — zelden of nimmer echter van het min of meer aannemelijke en redelijke gewagen — de gemeene man van alle tijden wordt liever in Zijn egocentrische en anthropocentrische wanen en illusies gevleid, dan bevredigd in zijn redelijkheid.

Dat het veranderend inzicht op dit gebied samenhangt met. een geheel veranderend wezen, dat we hier te doen hebben met functie contra functie, complex contra complex, blijkt uit den tweeden stelregel van Fontenelle „II ne faut pas craindre les nouveautés, toutes les vérités ont été neuf a leurs jours." Vergelijk hiermee weer den term „gevaarlijke nieuwigheden,"' die den zeventienden-eeuwer vooraan in den mond lag, krachtens zijn ingeschapen conservatisme (projectie, spiegeling van der Eenheid zelfconservatisme), welk conservatisme hem

Sluiten