Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegelijk (en overvloedig) de drogredenen en subtiliteiten aan de hand deed om het woord van Fontenelle, dat zoo heel' eenvoudig lijkt, en dat hij toch maar niet verduwen kon, te weerleggen, voor zoover het op zijn persoonlijke waarheden; een aanslag poogde te doen.

Het volledige weerstrevend-individualistische geestescomplex ligt dus eigenlijk al in de beide genoemde „stelregels" van Fontenelle uitgedrukt: de twijfel, die tot de opheffing van alle kerkelijk-maatschappelijke gesteldheden en stelligheden moet en zal voeren — en het waarachtig historische besef, 't welk, naar we zagen, den egocentrische van: alle tijden, ook al is bij hoogleeraar in de geschiedenis, vreemd moet zijn, omdat het van zijn eigen instituten de voortdurende weerlegging en opheffing beduidt. Uit die beide, zoo „eenvoudige" en „onschuldige" uitspraken, kan het volledige achttiende-eeuwsche scepticisme en individualisme worden afgeleid.

Niet om dadelijk tot een oordeel te komen, maar om zich, allereerst van vooroordeelen vrij te maken, ziedaar de zorg van den waren denker — van Sokrates, en ziedaar ook reeds weer Fontenelle's verlangen. Desnoods dan maar geen eindoordeel, doch althans geen verblinding. Juist andersom als Bossuet het leerde: desnoods een ongerijmdheid, doch. althans geen onzekerheid! Dit beseffen van de moeilijkheid, om tot een definitief oordeel te komen beteekent tegelijkertijd het optreden van het betrekkelijkheidsgevoel en van de verdraagzaamheid. Hij alleen is hoogmoedig en onverdraagzaam — dat is: een sterk en twijfelloos strijder in en voor zijn militante collectiviteit — die zich in het bezit een er absolute? waarheid en daarmee saamhangende absolute zedelijkheid waant.

En verder brengen dan die gevoelens van betrekkelijkheid en verdraagzaamheid, tezamen met den aanblik van het:

Sluiten