Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelooft nog hartgrondig in „De Waarheid'' — wie in onze eigen dagen is zelfs van dat bijgeloof vrij? — maar hij admitteert nauwelijks nog, dat die voor menschen te veroveren zou zijn.

Monsterachtig zonder meer dunkt hem de toepassing van het „Dwingt ze in te gaan" —; met onverholen afschuw spreekt hij van het „corrigeeren van religieuze dwalingen met stokslagen." En bovenal, vraagt hij den lezer af: wat is de waarde van dergelijke geforceerde bekeeringen? Zoo ergens, dan blijkt wel uit een dergelijke vraag, met welk een volkomen veranderd gemoedsleven wij hier schier plotseling te doen hebben. Na de herroeping van het Edict van Nantes waren dwangbekeeringen met ijverige medewerking en onder volle goedkeuring van Bossuet aan de orde van den dag. Of deze tot het „ware geloof" teruggebrachten, ook innerlijk overtuigd waren, was en is den mannen van het Bossuet-type (b.v. onzen modernen organisators) vrijwel onverschillig; voor de collectiviteit is dit (schijnbaar) van geen belang, het collectiviteitsinstinct houdt er dus geen rekening mee.

Het „Dwingt ze in te gaan" waaraan, volgens Bayle, reeds Augustinus de rechtvaardiging voor geloofsvervolgingen en geforceerde bekeeringen trachtte te ontleenen, is in zonneklare tegenspraak met den geest van het Evangelie en klaarblijkelijk een overblijfsel van het Joodsche „Kaufien ousou ngad sjeaumeir routsei annie", „men dwingt en tuchtigt hem (den weerspannige) totdat hij zegt: „ik onderwerp mij aan de wet," waaraan een kunstmatig-aangeblazen half-politiek modern-Joodsch nationalisme nu weer (als steeds) zijn barbaarsch karakter tracht te ontnemen, door het als een symbool van overreding tot „ethische en religieuse" inzichten voor te stellen, als hield het Jodendom er eenig zelfstandig religieus inzicht op na! Neen, het is

Sluiten