Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dm „atheïst" speurt en verfoeit het autoriteits-instinct den rebel, den hoogmoedige, die zich verstout op eigen gezag te keuren en te verwerpen 1 Juist andersom in Bayle — voor hem is de afgodendienaar in zijn stompe onderworpenheid de mindere van den zoekenden en dwalenden, daarmee voor eigen geweten gerechtvaardigden „atheïst", die zijn eeuwig heil veil heeft ter wille van wat hij voor „waarheid" houdt. Ziedaar het standpunt van den moralist-intellectueel.

Daarbij komt nog dit, dat het „atheïsme" zich in Bayle's dagen meer en meer voordeed als verdraagzaam en beminnelijk modern epicurisme, waartoe hij zich, zelf verdraagzaam en beminnelijk, onbewust meer voelde aangetrokken dan tot de domme, drieste, onverdraagzame, aanmatigende (afgodendienaars; — de liefdelooze aanmatiging van zijn tegenstander Jurieu, die zich in zijn heeten ijver aan meer dan één vervalschte aanhaling uit Bayle's geschriften schijnt te hebben schuldig gemaakt, had hij aan den lijve ondervonden f En bovendien werd ook Spinozisme en zelfs Cartesianisme in sommige kringen als „atheïsme" gebrandmerkt — zoodat het „ongeloof er vrij wat redelijker en sympathieker uitzag dan „het geloof" — symptoom van het naderend verval der Kerken!

Ten slotte — want we kunnen over bijzondere personen niet te uitvoerig wezen, er wacht ons nog zoo veel — willen we dan nog even de aandacht vestigen op het geijkte misverstand tusschen persoonlijke redelijkheid en collectivistische redeloosheid in de weerlegging, die Bayle met het hem eigen phlegma placht te geven van Jurk-u's aanhoudende aanklachten en aantijgingen tegen zijn „ketterijen" — de weder-aanklacht tegen Jurieu's allergrootste ketterij: zijn onchristelijke liefdeloosheid. Als ware liefdeloosheid (tegen andersgezinden) niet juist het wezen van alle rechtzinnigheid!

Sluiten