Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die met de „belijdenis" begint en eindigt, noch heeft hij tot zijn eigen geloof iets meer van noode — en de gansche geleerdheid van den theoloog, de gansche theologie is en was immer een dressuur voor de apologie tegen en de polemiek met het denken, en van jongaaf leert de theoloog krompraten, om het kromme recht te praten.

Tot het eigenlijk geloof is de theologie overbodig, zoo goed als in onze dagen die andere theologie: het historisch materialisme. Juist zooals Pascal den ongeletterden geloovige mijlenhoog verheft boven den geleerden scepticus, die misschien wel, misschien niet te overtuigen zou zijn — juist zoo volstaat het onvervalscht „proletarisch sentiment", waar elk inzicht en elke ontwikkeling ontbreekt. De „argumenten" zijn er, om de tegenstanders nog niet eens zoozeer te overtuigen, dan wel te overbluffen en te intimideer en.

Maar precies andersom staat het met de dialectiek van den wijsheid-begeerige, van den wijsgeer: deze is vorm-eninhoud beide van zijn wijsheid, welke daar zonder ondenkbaar zou zijn en draagt nimmer het polemisch en apologetisch karakter van de „redenen", waarmee instincten en verlangens, illusies en ficties worden „omkleed".

Dat Spinoza de fictie van het heilig recht verstoorde en Kant die van een alwetende en hoogst-be voegde theologie, bewijst dat ze de vijanden van de collectiviteit waren, ook waar ze zich als haar vrienden meenden te gedragen. Zoo toont zich de „onmaatschappelijke gezindheid" in eersten aanleg niet in bewuste anti-maatschappelijke daden of uitingen, maar in een verzwakken en afnemen van het maatschappelijk instinct. Geen menschelijk opzet, maar universeele noodzakelijkheid werkt hier als elders.

Zulk een maatschappij, tot welker instandhouding het beste intellect, het braafste gemoed instinctief niet langer

Sluiten