Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zon — zoo werden ook deze schaduwen niet opgemerkt, zoolang de zon van het Absolutisme hoog aan een helderen hemel stond — en ook in dezen zin pas opgemerkt, toen de zon daalde.

Wie over het verwordend en vervallend Absolutisme de uitgebreide mededeelingen leest in Taine's „Origines de la France Contemporaine" — in Cariyle's „French Revolution" — in het desbetreffend werk van Jaurès of elders, proeft overal duidelijk in de verschijnselen de „verstarring'', de „verwisseling van middel en doel", welke we als het wordings- en verwordingsproces van elke collectiviteit hebben gepoogd te schetsen. Er is geen enkele der voorrechten en voordeelen, waaraan zich een verwende en verwaten kaste om hunne waarde als distinctiemiddelen vastklampte, die niet eenmaal rechtmatig en redelijk was geweest als uitdrukking der levende zelfonderscheiding in het Absolute — maar is dat hardnekkig vastklampen aan het gestorvene, dit met egocentrisch automatisme blijven treden in de „voetstappen der vaderen", dit volkomen loochenen van een nieuw pad door nieuwe voeten bereid — is het wel iets anders dan de consequentie van die blinde gehoorzaamheid, van dat critiekloos hooghouden der traditie, zóó lang en zoo herhaald door voorgangers en woordvoerders als de beste deugd geprezen? Niets is eigenlijk dwazer dan dat wij, in andere tradities opgegroeid, van ander licht doorschenen, persoonlijke verwijten zouden gaan doen aan deze tot lediggang gedoemde epigonen van een uitgebloeide maatschappelijke orde, in wie de simpele zelfbehoudszucht als distinctiezucht de drijfveer werd tot excessen van een uitdagende hooghartigheid, welke ons nu bijkans ongelooflijk voorkomt. Maar wat moet er voor onze zelfbehoudszucht al niet wijken 1 Een curieus voorbeeld van dat „verwisselen van middel en doel" — waarvan elke collectiviteit er in de critieklooze

Sluiten