Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zedelijke aansprakelijkheid op christelijktn grondslag zich wederom los te werken — van star-uniform weer beweeglijk, vloeiend, veelzijdig, individualistisch te worden — en nam het individualisme in zeer velen, o.a. in Lessing en m Rousseau, een ethisch, christelijk karakter aan.

Zoo zullen we, aan de hand van verschillende personen en feiten, nog andere karakteristieke verschillen kunnen opsporen, houden we ons voorloopig bij de groote overeenkomst tusschen de beide mouvementen.

Zoo goed als het vroeg-christelijke individualisme, in zijn neiging tot opheffen van dogmatieke gesteldheden, de „Verzoeningsleer", het Deïsme van Philo — en daarna het Renaissance-individualisme, in gelijksoortigen opheffingsdrang het Deïsme van Pico heeft voortgebracht, zoo brengt de achttiende eeuw reeds in haar aanvang het Deïsme van Toland en Shaftesbury voort. Philo trachtte, als Jood, de Mozaïsche voorschriften allegorisch en symbolisch te ver- j klaren, uit te heffen boven hun aard van begrensd-maat- ] schappelijke wet van onwrikbare stelligheid, tot een openbaringswijze van de Goddelijke Wijsheid; in wezen één met de wijsheid van Plato en met die tezamen dan ook in de Wijsheid op-te-heffen. Het maatschappelijkkerkelijk instinct verfoeit van nature zulk een „verzoening", verzet zich uit een innerlijke aandrift, die de drager volgt, maar niet begrijpt, tegen alles wat naar „verlegging van de grenssteenen", naar opheffing van gesteldheden, dat is naar zelfopheffing, zweemt! Het fundamenteel onmaatschappelijke karakter van de achttiende eeuw verraadt zich dus weer onmiddellijk in de behoefte van een Lord Shaftesbury om te „verzoenen", om te symboliseeren, om bijvoorbeeld het voor de rede onverteerbare en onbegrijpbare — maar als distinctie en merkteeken eener collectiviteit niets te minder bruikbare en daarom niets te

Sluiten