Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwer. In Pierre Bayle vindt het voortzetting, waar hij onderscheid maakt tusschen schijn-Christenen en Christenen en liefdeloosheid noemt als de ergste ketterij. Dat die uiting in hooge mate „onrechtzinnig" is, en op zichzelf een doodelijke ketterij in het oog van eiken kerkelijke, dat liefdeloosheid en harteloosheid zich immer verdroegen en nog steeds uitnemend verdragen met strikte „rechtzinnigheid", behoeft geen betoog. De door Bayle gemaakte onderscheiding geldt in orthodoxe kringen nog steeds als een even erge ketterij (en volkomen terecht) als het antwoord, dat in onze dagen een dominee gaf aan een „rechtzinnigen" boer op zijn vraag of hij wel lid van een coöperatie mocht worden en of met het „Teeken des Beestes" in de Openbaring niet is bedoeld het lidmaatschap van een coöperatie — dat hij maar liever zijn rogge en tarwe behoorlijk aan de regeering opleveren moest! Zulk een antwoord heeft met „zaligheid" en „godsdienst" niets te maken en zou door eiken „atheïst" gegeven kunnen zijn — het bewijst dan ook alleen, dat alle modernisme slecht gedurfd en onrijp atheïsme of pantheïsme, en de moderne dominee een tastbare tweeslachtigheid is.

Het veranderd inzicht in de natuur van de zonde, het besef dat niet dogma's, maar daden iemand tot Christen maken, voert dan in een verder stadium tot een gevoel van gemeenschappelijke medeplichtigheid aan gemeenschappelijk kwaad; daarmee samenhangend openbaart zich afkeer van maatschappelijk-kerkelijke schijndeugd en vooral ook afkeer en walging van het maatschappelijk optimisme. Het scherpe ageeren tegen „officieel optimisme" is, we zeiden het reeds, een opvallende trek in het anti-maatschappelijk individualisme van de achttiende eeuw. Er is gedurende den oorlog veel en scherpelijk over dit „officieel optimisme" gesproken, in de natuurlijk ook in dit opzicht vlekkelooze „neutrale pers", die er zelf bij toeval niet toe was verplicht! In alle

Sluiten