Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\ nimmer op zichzelf, en het treedt alleen op als symptoom van een geestesgesteldheid, die bij dit enkele vervangen en her-stellen niet blijven kan, doch vroeg of laat, in een volgend geslacht, zichzelf verwerkelijkend, tot het opheffen van alle gesteldheden en hersteldheden komen moet. Her-stellen is ook nog stellen en kan dus niet blijvend zijn. Nadat de redelijkheid, het realisme tusschen schijn-Christelijkheid en Christelijkheid, tusschen schijn-heiligheid en heiligheid grondig onderscheiden heeft, kan ze niet anders dan, doorwerkend, de beginselen zelf van Christelijkheid en heiligheid als bloot-relatief gaan opvatten, gelijk we dat eerder hebben aangetoond. Het verlangen naar een individueele moraal van Rochefoucauld, Swift, Bayle en hun geestverwanten leidt dus onverbiddelijk tot het opheffen van elke vaststaande moraal, tot de zoogenaamde Hellenistische wereldbeschou-

I wing van Goethe, waarin voor de oude Joodsch-Christelijke moraal in het geheel geen plaats meer is.

Het kerkelijk-maatschappelijk dogma, juist omdat het buiten de redelijkheid staat, kan niet overdacht en dus niet opgeheven worden — het wordt als distinctie, als merkteeken van een collectiviteit aanvaard, verdedigd en „bewezen" eenerzijds, verworpen, aangevallen en „weerlegd" anderzijds, doch zoowel pro als contra staan de argumenten, zoo goed als hun object, geheel en al buiten de redelijkheid. Maar dit

ƒ onaantastbaar karakter, dat alleen een „ja" of „neen" —

J geen „betrekkelijk" — toelaat, is juist de kracht van het dogma — alles wat denken is, beduidt opheffen; in de Eenheid is alle zelfherkenning reeds zelfvernietiging.

In elk gebied leidt dus de vervanging van een maatschap' pelijken, dogmatieken, redeloozen maatstaf door een persoonlijken maatstaf tot het opheffen van eiken maatstaf en toont het denken zijn „gevaarlijk", ontbindend karakter.

De echt-maatschappelijke critiseert zijn koning niet —

Sluiten