Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-maken — de trouwe vrienden van hun meesters. Evenzoo is (in de litteratuur!) de verhouding tusschen mindere en meerdere bij de militairen volkomen gewijzigd. Al deze trekken, al deze symptomen van nieuwe zienswijzen en nieuwe idealen vertoont Lessing's „Minna von Barnhelm" — dat reeds in zijn eigen tijd zulk een grooten opgang maakte, en terecht werd gevoeld als het inluiden van een nieuwe maatschappelijke orde!

Vergelijken we dit typisch achttiende-eeuwsche werk met Tiet typisch zeventiende-eeuwsche werk, Corneille's „Cid", dan zien we niet minder dan een volkomen omkeering, een algeheele omzetting van zienswijzen en idealen.

Kort gezegd en in hoofdzaak komt het hierop neer: de zeventiende-eeuwsche held is de man, wiens trots is, dat hij de Eer 'boven de Liefde weet te stellen — de achttiendeeeuwsche held is de man, wiens trots is, dat hij de Liefde boven de Eer weet te stellen — ziedaar precies het onderscheid tusschen Lessings Majoor von Tellheim en Corneille's Rodrigue. Wat de heldinnen betreft: Chimène acht Rodrigue er te hooger om, dat hij „Eer" boven „Liefde" stelt — Minna von Barnhelm kan alleen den man achten en liefhebben, die het holle fantoom van de „Eer" ter wille van zijn liefde te overwinnen weet. Overal heeft het menschelijke, heeft het persoonlijke den voorrang gekregen, nadat in de zeventiende eeuw overal het algemeene, het collectieve den voorrang had gehad. En op welk een felle, tegelijk ongezochte wijze geeft het kleine gesprek over „Eer" tusschen "Minna en Tellheim de bevestiging van wat we zagen en zeiden, dat maatschappelijke dogma's zelfs geen ten deele redelijke, eenzijdige stellingen en stelligheden zijn; maar buiten elke redelijkheid, buiten het natuurlijk wezen der dingen vallen — naast een getuigenis wat er in de achttiendeeeuwsche waardeering van dit „hoogste goed" der zeven-

Sluiten