Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pleitend. Het essentieel-onmaatschappelijke hiervan hebben we reeds herhaaldelijk uiteengezet. Redelijkheid keerde zich tegen een opgedrongen dogmatische uniformiteit, achtte geen ware eenstemmigheid van alle menschen voor alle tijden mogelijk — maatschappelijk behoudsinstinct, alleen naar het nuttige der dingen vragend, alleen uiterlijke eenstemmigheid beoogend en begrijpend, verweerde zich furieus tegen de aanvallen op de uniformiteit der ware, eenige Christelijke dogma's. Zoo spraken, als altijd, aanvaller en aangevallene, individu en maatschappij, (en wanend over hetzelfde te spreken) inderdaad over volkomen verschillende dingen, de eerste met „waarheid" bedoelend „het redelijke", de tweede van „waarheid" sprekend, maar onbewust „het nuttige" bedoelend. Lessing bleef desondanks zijn tegenstander de eene „Antigoeze" na de andere naar het hoofd werpen, tot de censuur zich mengde in het van weerskanten met de noodige scherpte gevoerde twistgeschrijf en Lessing, zich zijn „ouden kansel", het tooneel, weer toewendend, van zijn twaalfde „Antigoeze" zijn „Nathan der Weise" maakte.

Eerder reeds, in de Renaissance, had een zoekend geslacht, dat in zijn twijfel — die oude „doodzonde" — zijn eer en zijn glorie vond, het knellend kerkelijk-maatschappelijk dogma afgeworpen, en in het verheerlijkt beeld van den vrijen, zoekenden, twijfelenden Griek het verheerlijkt beeld van eigen streven herkend. Ook dit nieuwe geslacht heeft den twijfel als middel lief en eert den zoekende om zijn belangeloozen moed — de eerder-genoemde intree-rede van Schüler gewaagt er duidelijk van. Een der redenen, waarom Schiller den vrijen zoeker boven den vakgeleerde de voorkeur geeft is immers juist, dat de eerste sterk genoeg is, om zich met een „non liquet" als einduitkomst te vergenoegen, en ook om voortdurend zijn uitkomsten te herzien, terwijl

Sluiten