Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch was de stap van Madame De Stael naar George Sand weer evenzeer logisch en evenzeer onvermijdelijk als die van Rousseau naar Madame De Stael! Waartoe die overredingen van vrienden, die eindelooze pogingen, die verzekeringen dat er geen lichtzinnigheid in het spel is? Kan iemand, mag iemand zichzelf weggeven, kan hij, mag hij instaan voor zichzelf? Immers neen! Welaan, dan is ook het huwelijk een misvatting, welhaast gevoeld als misdaad tegen het eerlijke Ik begaan, waar het immers in zijn opgedrongen trouw tot een leugen wordt.

Aldus toont ook hier de Redelijkheid, als zelfherkenning van het Absolute, haar opheffend karakter en het Dogma zijn volstrekte noodzakelijkheid als levensgrondslag, het Dogma, dat niet overdacht, niet aangeroerd, niet bekeken mag worden — en dat derhalve voor het zedelijk en redelijk: onderscheidingsvermogen van alle tijden onduldbaar is. Zoodrijft het Absolute, door middel van dien den redelijken, mensch ingeschapen afkeer tegen het dogma, zoo drijft de mensch zichzelf den weg der zelfopheffing op, den weg, dien; de mensch, dien het Absolute toch ook weer niet tot het einde toe willen (= kunnen - mogen) gaan!

Inmiddels is de eerbied, dien Rousseau nog toont voor het: huwelijk, voor de „deugd" in het algemeen, reeds in wezen onmaatschappelijk, ook waar ze toevallig en schijnbaar samenvalt met de maatschappelijke moraal. Wie geen belofte deed, is vrij; wie ze deed, is daardoor alleen gebonden. Nu tracht men ook wel in de maatschappij den eisch tot huwelijkstrouw dien idealistischen schijn te geven en echtbreuk in dien zin als beloftebreuk voor te stellen, maar wanneer dit werkelijk zoo werd gevoeld, dan zou men evenmin als Rousseau tegen „vrije liefde" bezwaar kunnen, hebben, ja, men zou die eerder moeten aanmoedigen met het

Sluiten