Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen, die „ondeugdelijk" bleken. Alle corruptie en zedelijk tekort onder het Ancien Régime hadden ze op dat systeem geschoven, daarvoor het neergeveld, vrijheid geproclameerd als het universeele heilmiddel, en moesten nu dagelijks zien, hoe de menschelijke natuur vanzelf en voortdurend het „Kwaad" produceert — dat immers niet in zichzelf, maar in de relaties onuitroeibaar bestaat, zoo goed bij „Vrijheid" als bij „Tyrannie". Maar dit konden ze, mochten ze, ter wille van eigen behoud, van eigen taak niet erkennen en verschuilden zich voor die barre waarheid achter eigen onkreukbare deugd, die de zichtbare proef moest zijn op de som van hun levensbeschouwing, evenzeer wellicht als dat ze innerlijke aandrang was, en waarvan ze de zwarte achterzijde niet hebben gezien.

Al deze en meer individualistische trekken zijn ook in de „Nouvelle Héloise" op te sporen, maar in hoofdzaak is en blijft het toch een pleidooi voor het recht van de liefde, om, als alniachtig-menschelijk gevoel, over maatschappelijke vooroordeelen te zegevieren en kunstmatige grenzen te overschrijden.

Dit hoofd-motief vinden we bij Schiller als bij-motief terug. Voor Rousseau lag, van de drie factoren der Revolutionnaire Drie-Eenheid, het zwaarste accent op de Gelijkheid — voor Schiller vooral op de Vrijheid. En waar de Natuur Rousseau de lessen van gelijkheid leerde, daar leerde ook zij, maar toch vooral de historie, Schiller de lessen van vrijheid. Want is het niet leerzaam voor de apostelen van de causaliteit om te vernemen, dat voor den Frankfort er jonkman Goethe de natuur veel meer beteekend heeft dan voor

den op het platteland geboren Schiller? Hier ook werken

evenmin als ergens anders — geen „oorzaken" van buiten,* maar een natuurlijke aanleg, die bestemming beduidt; Schil-

Sluiten