Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•die blindheid met Deugd en Recht vereenzelvigde Macht en Autoriteit ter helle werd verwezen, is hier op den hoogsten troon geplaatst: de opstand tegen Gezag om Ideaal. En dit beginsel bier gedragen door een, die voor de maatschappij is: een roover — waartegenover als een protest tegen den maatstaf dier maatschappij de broeder is gesteld, Franz Moor, achtenswaardig en zedeloos, het beeld van de „maatschappelijke deugd", van alle tijden tot en met den hedendaagschen „gentleman", Shaw's „clergymanshareholder", onherkenbaar vermomd met Mime's Tarnhelm, den Hoogen Hoed.

In „Fiesco" weer dezelfde rangschikking. Weer leven we in den tijd van Renaissance en Reformatie, van den eersten, grooten worstelstrijd, waaraan dit geslacht eigen wezen bekrachtigt, zich opmakend tot den tweeden. Twee oppositie-figuren, twee Brutus-gedaanten zijn hier naast elkaar geplaatst: een zwakke en een sterke, een falende en een overwinnende. De eerste is Fiesco, de trotsche individualist, die niet kan bukken voor Doria, den tyran, en die zich, na den tyran te hebben geveld, toch het purper om"hangt — „de kleur, die de heerschers kozen, om er de bloedvlekken hunner wreedheid in te verbergen" — omdat hij de verleidelijke dronkenschap van de macht niet kan weerstaan, een levende en falende „Cola di Rienzi" —, de tweede is Vettina, de pure Republikein, de abstracte Deugd, droog en strak en sober — alles opofferend, tot de eigen kinderen toe, aan zijn republikeinsch ideaal. Hij weet „Tyrannie van Macht de Rechterhand", hij gelooft niet in edele heerschers en nadat hij Fiesco tevergeefs heeft gesmeekt, van de vorstelijke waardigheid af te zien, doodt hij, hem doodend, de mogelijkheid, de zekerheid, van wat in Doria reeds werkelijkheid werd, zooals Brutus in Caesar meer het gevaar, dan de werkelijkheid doodde. En juist als

Sluiten